November 2016 Tings Kathmandu – geboekt voor één, het werden er twee. Wat er allemaal niet kan gebeuren tijdens een wandeltocht in de prachtige Himalaya.
Je begrijpt, Tings heeft daarmee een speciaal plekje veroverd en nu we zo dichtbij zijn besluiten we Annette & Thomas te bezoeken in hun Tings Lissabon. Uiteraard boeken we de Kathmandu room met balkonnetje – romantische zielen.



Het concept is gelijk, ook hier is de tuin heerlijk, is er moderne lokale kunst, veel muziek en wordt het brood elke dag vers gebakken. Het is leuk om hen na zoveel jaar weer te zien en te spreken. In een compleet ander land, andere cultuur en met een impact volle COVID lockdown ertussendoor. Ze hebben Kathmandu moeten sluiten. Zo triest, met hart en ziel jaren aan gewerkt.
Ook voor de zo ontzettend spontane receptioniste had de COVID impact. Ze is haar baan verloren en probeer nu van haar hobby – bloemen decoratie – een inkomstenbron te genereren. Parttime werkt ze bij Tings. Net als in Porto zijn ook hier de huizenprijzen en huur kosten zo’n beetje verdubbelt. Zij moest daardoor verhuizen richting een vochtig en koud souterrain dat nog net betaalbaar is. Een snelle rekensom tussen minimum loon en gemiddelde huurprijs zegt genoeg. Buiten deze Lissabonse werken er ook mensen uit Nepal en Brazilië. De toeloop vanuit de Portugees sprekende landen, alsmede Nepal, is enorm. In één maand ruim 90.000 mensen. Dat is dus 1% van de bevolking. Brazilianen mogen nog een dubbel paspoort hebben, Nepalezen echter moeten de Portugese nationaliteit aannemen. Annette en Thomas lijken goed te zorgen voor hun internationale crew. Zal echter vast niet overal het geval zijn.
Naast deze zware onderwerpen ook ruimte voor verhalen. De intrinsieke nieuwsgierigheid zorgt voor lange gesprekken, ook brengt het vele praktische tips voor onze dagen hier in Lissabon. Eigenlijk komt het erop neer dat ze onze dagen invult, inclusief advies voor lekkere restaurantjes. Wel fijn. We zijn goed geland.

De B&B zit in Graça, vlakbij Miradouro da Senhora do Monte, wat in de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een enorm populaire zonsondergang plek. De open toeristen wagentjes staan in een rij te wachten totdat de min of meer obligate foto’s zijn gemaakt. Sommige zijn flink gepimpt. De wagentjes, niet de foto’s .. Die met de enorme stoffen leeuw op z’n dak is de origineelste: op jungle safari door de smalle steile straatjes van Lissabon. Je moet ervan houden, ieder z’n ding. Wij vertrekken of arriveren te voet of kiezen voor een Uber, zonder leeuw op het dak. Vooral s avonds teruglopen is leuk. De temperatuur is dan heerlijk en Santo António zorgt ervoor dat er overal straatfeesten en muziek is. De casas de bairro wedijveren om de meest versierde en kleurrijke vertoning te creëren. António wordt vereerd en beschouwd als een stadsbeschermheilige, al betwijfel ik of de gemiddelde feestganger de buitentap met bier en de bbq’s met stukken vlees of sardientjes ook daadwerkelijk associeert met de heilige António. En waarom zouden ze ook eigenlijk. Het zorgt in ieder geval voor veel leven op straat en een uitermate zomers gevoel. Eenmaal laat op de avond weer bovenaan bij de Miradouro aangekomen – en daarmee bij de B&B – is het verrassend rustig. De wagentjes, inclusief de leeuw, zijn vertrokken en het uitzicht is nog even mooi. Eigenlijk mooier. De restjes live muziek dwarrelen nog net omhoog en belanden via de open balkondeuren in onze Kathmandu kamer.
Overdag – na een laat en uitgebreid ontbijt in de tuin – kiezen we voor veel cultuur. Nu zijn weinig dingen zo typisch Portugees als de azulejo-tegels en dus vertrekken we richting het Museu Nacional do Azulejo. Het ligt een beetje buiten het centrum en is gehuisvest in het Madre de Deus klooster. Gesticht in 1509 en op zichzelf al een kunstwerk. Ik hou van die oude kloosters. Of eigenlijk hou ik van oude gebouwen.

az-zulayj (al-zuleique?) – ‘kleine gladde gepolijste steen’

Elke centimeter van het museum is eigenlijk een ode aan de azulejo-kunst en een reis door de geschiedenis van de tegels. Wat een enorme collectie! De eerste kamers laten de Moorse invloed in de 16e eeuw en de vroege barokperiode zien. De bovenste verdiepingen gaan dan verder via barok en neoklassieke periodes naar de meer moderne en abstracte ontwerpen van de 20e en 21e eeuw.


De meeste klassieke azulejo’s zijn natuurlijk vooral blauw en beetje wit, niet verrassend gezien het ‘azul’ in de naam. Men denkt dat het mogelijk geïnspireerd was door het blauwe porselein uit de Ming dynastie. De Nederlanders waren het eerste met het fabriceren. Portugal importeerde het delfsblauw maar begon al snel zelf te ontwerpen en fabriceren. In de latere versies wordt het kleurenpalet uitgebreid, oa met allerlei tinten geel en groen. Ook worden de vormen steeds uitgebreider en verfijnder.

Het pièce de résistance – aldus het museum zelf, smaken verschillen – is een 23 meter lang paneel, gemaakt van meer dan 1.300 tegels. Het laat Lissabon zien van vóór de grote aardbeving van 1755.
De 18e eeuw wordt beschouwd als de ‘Gouden Eeuw van de Azulejo’. De relatieve eenvoudige geometrische vormen (mijn favorieten), alsmede de bloemen, vogels en engeltjes (minder favoriet) werden vervangen door de meer complexe religieuze, historische en culturele motieven. Enorme schilderijen die vaker wel dan niet hele muren bedekten.


Kerken, kloosters, paleizen, huizen, tuinen, fonteinen, trappenhuizen en al wat er nog meer is. Overal tegels. Het werd een van de belangrijkste elementen van de Portugese decoratieve kunst. En al raakten ze begin 20e eeuw enigszins uit de gratie, nog steeds wordt de azulejo- traditie levend gehouden door de kunstenaars van vandaag. Zo ook in de tijdelijke tentoonstellingen. Echt gaaf.



Zelfs het museumcafé vind ik mooi. Het is gevestigd in een 18e-eeuwse keuken en heeft 19e eeuwse azulejos met voedsel als thema. Een mooie stop voordat we de kerk in gaan. Die kerk is nogal een stijl wisseling na de eenvoudige kamers van het klooster. Om het ‘over the top’ te noemen is zelfs een understatement. Barok all over. Het woord megalomaan komt in me op als ik eraan terugdenk, al is dit volgens mij enkel aan een persoon te koppelen, moet ik eens opzoeken. Maar goed, als de overdaad aan hout en goud eenmaal is ingedaald zie ik zeker ook wel de mooie plafondschildering, natuurlijk de tegels en het verfijnde houtwerk.


Het lijkt me duidelijk. Ik vind het museum een zogeheten ‘must do’. Ik was al fan van tegels, nu nog meer. Tijdens de renovatie van ‘de bakkerij’ was een van de ideeën om achter het bad een oud tegelplateau te plaatsen. Nooit de juiste gevonden die ook nog binnen het budget viel. Maar wie weet lopen we ooit nog eens ergens tegenaan. Er schijnt veel azulejo diefstal te zijn, dus wellicht dan wel 2x navragen waar het vandaan komt. Hier in het museum is in ieder geval nog een flinke voorraad, daar zou ik nog wel eens doorheen willen struinen.

teatro em todas as formas – a noite é muito curta
De avond is gereserveerd voor twee dansvoorstellingen van het nationaal ballet in Teatro Camoes. Mooi gelegen aan de oever van de Taag. We hebben net een maand terug het Stuttgart Ballet gezien – wat toch wel échte wereldklasse is – maar ook dit vind ik erg mooi. Joris is duidelijk minder enthousiast en valt bijna in slaap. Door de dubbele voorstelling eten we dus laat, maar dat is hier geen enkel probleem. Fijn, hoef je in Nederland niet te proberen. We besluiten naar het wat meer alternatieve Fabrica Braço de Prata te gaan. Een cultureel centrum in een industrieel pand wat een eeuw terug nog een fabriek voor oorlogsmateriaal was. Daar blijkt net een erotic performance te starten met een bijpassende foto tentoonstelling. We bevinden ons opeens tussen een geheel ander publiek dan in het theater. Ergens in dit doolhof is er ook nog een privé gezelschap aan het dineren en de keuken lijkt niet ingericht te zijn op deze combinatie. Vraag en aanbod loopt niet helemaal lekker… Gelukkig is er een grote, nogal bizarre familie in het restaurant die ons goed afleidt van de lange wachttijd. De oma van 84 verkort haar eigen wachttijd door shotjes aan de bar achterover te slaan. Ze is zo klein en tenger dat ze amper boven de bar uitkomt, maar de kleinkinderen staan haar met liefde bij terwijl de (schoon)zonen een langdurige vete lijken uit te vechten. Een ware live voorstelling. Niet erotisch, wel interessant.
De volgende dag vertrekken we richting Belem voor wat moderne kunst. Museu Coleção Berardo wordt ingetikt in de Uber app, het blijkt echter geen geliefde bestemming te zijn want we worden 4x geweigerd. Na 10 min rijdt alsnog Analogy voor, met fleurige rode korte broek, goud kleurige zonnebril en reggae beat in een grote zwarte Mercedes A klasse. Google Maps houdt duidelijk geen rekening met het formaat van de auto bij het bepalen van de route. Met de beats van Kanye West kruipen we echt stapvoets door de super smalle straatjes, met slechts een paar centimeter speling aan elke zijde. En dan die bochten, met paaltjes als extra moeilijkheidsgraad en dan ook nog eens steil omhoog en omlaag. Anatoly geeft echter geen krimp, geen enkele zweetdruppel op zijn voorhoofd. Al zal hij waarschijnlijk blij zijn wanneer hij minder afhankelijk is van de navigatie, er zijn zeker slimmere routes te bedenken voor dit formaat auto. We arriveren echter zonder krassen op de plaats van bestemming. Daar alle ruimte en direct aan de Taag, dus met een aangenaam briesje, zoals dat heet. Ouderwets woord.

Het museum zelf is verre van ouderwets en gevestigd in een mooi gebouw. Het is relatief rustig, het lijkt erop dat de meeste mensen het nabijgelegen Unesco Mosteiro dos Jerónimos verkiezen, iets wat wij natuurlijk toejuichen. De naam van dit museum blijkt sinds begin dit jaar gewijzigd te zijn, vandaar de verwarring van Analogy? Het heet nu Contemporary Art Museum – Centro Cultural de Belém. Collectie is echter hetzelfde. Een grote verzameling, met precisie gerangschikt op stijlen en voorzien van verklarende teksten. Naarmate de collectie vordert wordt het interessanter. Ik vind de video’s van Yves Klein over de realisatie van zijn peintures de feu echt geweldig. Dit heeft op mij het meeste indruk gemaakt. Dat is het enige voordeel wanneer je een blog achteraf schrijft, dat je beseft wat nu echt is blijven hangen. Yves Klein dus. Met z’n vuur schilderijen, z’n ‘levende penselen’ ( lees naakte vrouwen bedekt met z’n gepatenteerde intens blauwe kleur- IKB) en z’n monochrome werken. Hij is maar 34 jaar geworden, wie weet hoeveel meer baanbrekend werk hij had kunnen creëren.


Bij terugkomst in Tings blijkt dat feestje van Alexandra niet doorging door het geheel onverwacht overlijden van de broer van de jarige. 48 jaar. Count your blessings. We drinken een portje met haar om haar wat afleiding te bieden. Of eigenlijk, een paar portjes. Carpe Diem.
Uiteindelijk moeten we nog haasten om niet al te veel verlaat te arriveren bij het restaurantje wat Michel en Wendy geadviseerd hebben. Agulha no Palheiro. De wandeling gaat steil naar beneden, richting de Taag en via haast – verrassend – stille straatjes met kinderkopjes. We passeren Igreja de São Vicente de Fora alsmede Igreja Santa Engrácia, er is hier nog zoveel te zien! Eenmaal beneden gearriveerd is het weer genieten: 6 formica tafeltjes, een barretje en een mini keukentje waar heel hard gewerkt wordt. Goede huiswijn en fantastische cogumelos à bulhão pato, om over de pica-pau maar niet te spreken. Goede tip, hierbij zeg ik het voort.
Op de terugweg omhoog passeren we een tango festival. Het is inmiddels reeds na middernacht maar we zijn toch nieuwsgierig. De milonga inclusief dj’s blijkt tot 5 uur in de ochtend door te gaan. De entreeprijs is echter flink, de camera ligt in de hotelkamer en bovenal zijn we er nu niet bepaald op gekleed. Twijfel twijfel. We kiezen ervoor om toch maar rechtsomkeer te gaan en onze avondwandeling richting mirador en hotel te vervolgen.


nalatenschap van een Armeense filantroop, zakenman, diplomaat en oliemagnaat
Op de een na laatste dag vertrekken we richting het noorden van de stad, richting het Calouste Gulbenkian museum. Een immense privé collectie (12.000 stuks) die deze puissant rijke Armeense meneer gedurende zijn leven ( 1869-1955) verzameld heeft. Met de opbrengst van zijn handel in olie heeft hij geïnvesteerd is Egyptische, Griekse, Romeinse, Islamitische, Armeense. Chinese, Japanse en Europese kunst. Van 1860 BC tot begin van de 20e eeuw. Hij had duidelijk invloed, en geld. Ergens rond 1930 wist hij bijvoorbeeld de nieuwe Russische machthebbers te verleiden om discreet het schilderij De Oude Man van Rembrandt aan hem over te doen, evenals het marmeren beeld Diana van Houdon. Beiden afkomstig uit de voormalige tsaristische schatkamer in Sint Petersburg. En zo breidde deze oligarch zijn collectie gestaag uit tot een zeer brede kunstcollectie die zich kan meten met musea wereldwijd. Rodin, Turner, Manet, Degas, Renoir en Monet. Allemaal even mooi. Maar ook tapijten, porselein, lakwerk, munten, juwelen en meubilair.

Midden tussen de Franse meubelen uit de 18e eeuw is een geweldig tijdelijk modern kunstwerk verwerkt van de Portugese Patrícia Garrido.


De uitsmijter van de dag is de tijdelijke expositie van Alberto Giacometti ( 1901-1966) en Rui Chafes: ‘Gris, vide, cris’. Drie woorden uit een gedicht van Giacometti. Een tentoonstelling die is opgezet als een ontmoeting, een dialoog. Al kunnen de kunstenaars elkaar nooit ontmoet hebben. Rui Chafes werd namelijk geboren in 1966, het jaar dat Giacometti overleed. Totaal verschillende stijlen, spannend samengebracht. Denk aan een gitzwarte ruimte waar je op de tast in moet lopen om uiteindelijk via dunne streepjes licht of kleine gaatjes zijn smalle kleine beeldjes te kunnen bewonderen. Prachtig! En wat een rust.

Het is zo mooi, en zo veel, dat we de sluitingstijd van het restaurant volledig gemist hebben. Als we uiteindelijk om 17.00 uur aan komen waaien heeft men enkel nog een Franse knoflooksoep. De serveerster moet lachen om ons. Soep eet je als lunch. Tja, dit zou ook onze lunch zijn.. We besluiten om een portje in het gras in het park te drinken, de mini glaasjes komen weer goed van pas. De eenden waggelen voorbij en bedelen om brood terwijl wij van de zachte namiddagzon genieten. Bij een lokaal tentje aan de rand van het park, Marisqueira Valbom, genieten we van de (voorlopig) laatste Portugese maaltijd. Langzaam loopt het terras vol, blijkt een levendige en verrassend sjieke buurt te zijn. Althans, gezien de winkeltjes. We zagen een leuk jasje; porém um pouco caro… Italiaans design, 980 euro. Dan gaan we toch maar voor een pannetje Arroz de Tamboril, ofwel rijst met zeeduivel.
We eindigen onze laatste avond in de groene tuin, vergezeld van een gezonde pot jasmijn thee. Om alvast weer een beetje in het gareel te komen. Alexandra verwelkomt ons weer van harte, zoveel vriendelijkheid. We besluiten op de vlooienmarkt iets voor haar te kopen, als dank voor haar goede zorgen maar vooral voor wie ze is.
waar rook is zijn sardientjes

De laatste dag blijven we in de buurt en bekijken een aantal bijzondere huizen en de nodige street art terwijl we richting Feira da Ladra slenteren. Casa Estrella d’Ouro is zo goed als om de hoek. Vila Berta en Vila Sousa eveneens. Bovendien zijn er nog steeds overal allerhande stalletjes met sardines van de grill. Street art, street food, street life: een mooie afsluiter van deze weken Portugal. Het is tijd om terug te gaan en in de laatste Uber te stappen. Werkt fantastisch hier. Op het vliegveld verloopt alles vlot. Dusdanig vlot dat we zelfs een uitvoerig advies gesprek over Port kunnen voeren. De dame in de taxfree shop is spontaan en weet er veel van. We proeven verschillende opties, einde van het liedje is dat we met drie flessen bij de kassa staan. In het kader van: op Schiphol staat de auto klaar en die achterbak kan maar het beste gevuld zijn.
Obrigada Porto. Obrigada Lisboa. Foi muito agradável.





