We arriveren in onze eerste 2DK. Als je hier via airbnb boekt dan leer je al snel hoe het werkt. Het is de manier hoe Japanners de plattegronden van appartementen/huizen beschrijven. Het getal geeft het aantal kamers aan. L = Woonkamer, D = Eetkamer, K = Keuken. Wij hebben in dit geval een volledig eigen huis. De route vanaf het station is slechts 7 minuten lopen en perfect te vinden via Google maps. Nori heeft echter 13 foto’s met dikke rode pijlen doorgestuurd inclusief vertalingen van sommige borden. Ik had het reeds in Nederland gezien en het wekte bij mij zowel de slappe lach als ook enige nervositeit op. Het zag er nogal ingewikkeld uit. De realiteit blijkt echter super simpel te zijn. Voor we het weten hebben we de sleutelcode gekraakt en kunnen we een theetje drinken met onze benen onder de kotatsu – een lage Japanse tafel met een verwarming erin en een grote deken erboven op. Zit overigens vrij ongemakkelijk. Daarnaast zijn de gereed staande sloffen zo’n 5 maten te klein dus trekken we extra sokken aan en wordt de straalkachel op vol vermogen gezet. We zitten hier opeens tegen het vriespunt aan dus de jassen worden nu wel gebruikt.
Middels de combinatie Shinkansen (de supersnelle bullettrein) en een lokale trein waren we vlot in Imaichi, zo’n 150 km ten noorden van Tokio. Het is een voorstadje van Nikko en een bewuste keuze, hiermee hopen we de medetoeristen een beetje te mijden en iets meer in een echt dorp te vertoeven. De eerste wandeling bevestigt onze veronderstelling. Niemand bekommert zich om de twee gaijins die zo enthousiast zijn over het bijzondere bibliotheekgebouw dat ze naar binnen lopen om meer informatie te krijgen. Iets wat natuurlijk geheel nutteloos is. Twee dames die vriendelijk lachen en behulpzaam knikken, continue ‘hai’ zeggen (wat ja betekent), en tegelijkertijd echt helemaal niets begrijpen van onze vragen. Wel komen we erachter dat het brutalistische gebouw een opengeslagen boek moet voorstellen. Dat hadden we er nog niet uitgehaald. We doen hetzelfde: we lachen en knikken vriendelijk, zeggen nog maar eens “Ahh, hai. Arigatoo” en vervolgen ons pad. Om arigatoo (= dank u wel) te onthouden hadden we al een ezelsbruggetje nodig – zie titel – dus onze weg naar het Japans lijkt net zo lang als hun weg naar het Engels.
日光, kekkō Nikkō
Nikko, reeds vele eeuwen een centrum van Shinto en Boeddhistische aanbiddingen. Dus ruim voordat het Toshogu mausoleum en de shinto-schrijnen rond 1600 werd gebouwd. Daar waar Nikko nu vooral bekend om is. We besluiten om deze beroemde tempels en schrijnen van Nikko bij het bijna volle maanlicht te gaan bekijken. Althans, een deel want er blijken meer dan 100 heiligdommen te zijn. Het avondlicht begint hier al vroeg. Zonsondergang is rond half vijf. Vreemd genoeg lijken we de enigen te zijn met dit idee. Waarschijnlijk omdat de complexen na 4 uur gesloten zijn. Nog vreemder is dat er helemaal geen bewaking of hekken zijn. We praten hier tenslotte toch over UNESCO monumenten. We zijn Rémi alleen en het is prachtig in het maanlicht.

Ons idee was om de volgende dag heel vroeg te vertrekken om de drukte te vermijden, het is tenslotte zaterdag en het is een populaire bestemming vanuit Tokio. De praktijk is echter dat het zo koud is dat de mantra van Joris ‘yallah yallah’ bitter weinig effect heeft en dat we enorm treuzelen om ons hutje van vele lagen dekens bovenop de futons en tatamimatten te verlaten. Gelukkig is de douche warm en komt het tempo er alsnog rap in. Het dorpje Imaichi slaapt nog, in Nikko echter is alles reeds open. Wat een verschil met gisteravond.
We pakken de bus voor het eerste stukje, al lijkt lopen sneller te gaan. Sowieso een puzzel hoe het betalen van de rit werkt. Eerst blijkt mijn 500 JPY muntstuk gewisseld te moeten worden. Daar heeft de buschauffeur een machine voor. Ik krijg een enorme lading kleingeld wat ik dan deels in een andere machine moet stoppen om het ritje te betalen. De veronderstelde tijdswinst van dit systeem werkt niet, integendeel. Aangezien ik nog niet alle munten vlot weet te herkennen duurt dit even. Ernstig, want vertraging van het openbaar vervoer wordt hier niet gewaardeerd. Lange leve de Pasmo pas, die dus nog in onze 2DK ligt ipv in mijn broekzak. Niet handig. De chauffeur blijft echter beleefd en knikt alsnog dankbaar voor het feit dat we gebruik hebben gemaakt van de bus. Het is net als de conducteur in de trein. Wanneer hij de coupe verlaat draait hij zich om, maakt een korte buiging en vertrekt naar de volgende coupé.
Wij verlaten dus de bus en blijven de rest van de dag in de frisse maar heerlijk zonnige buitenlucht. De naam Nikkō komt van het Japanse woord dat ‘zonneschijn’ of ‘zonlicht’ betekent en het doet vandaag zijn naam eer aan.

We lopen langs de Daiya rivier en passeren de lange rij ghost Jizo’s met hun rode gehaakte mutsjes om vervolgens bij de Kanmangafuchi Abyss te arriveren. Via het oude stenen pad en de vele trappen naar de hoogste tempels en de fontein die door sake brouwers werd aanbeden omdat het zuivere water hielp om de beste sake te maken. De enorme cederbomen passerend en dwalend langs de Junshi graven: de mannen die ritueel zelfmoord pleegden om hun meester, de derde Tokugawa shogun, te volgen. Het is allemaal even bijzonder en het loont dus om wat buiten de gebaande paden te lopen. Een paar extra kilometers en niks geen drukte.
Tevreden zitten we ‘s avonds boven een kop dampende en pittige dandan noodles. Terwijl we de Japanse keuken tijdens elke maaltijd de hemel in prijzen blijkt dit een Chinees Sichuan gerecht te zijn. Mag de pret niet drukken. De wachtrij buiten is er ook niet minder door. Ook wij hebben braaf op het bankje gewacht op onze beurt, ondanks de kou. Aan reserveren doen ze niet. Buiten krijgen we ook alvast de menukaart in onze handen gedrukt en wordt de bestelling opgenomen. Het is overigens het enige tentje waar we bediend worden door iemand van onder de zeventig. De rest van het dorp lijkt flink vergrijsd, opvolgers lijken er niet te zijn. Best triest want ze doen vol overgave hun werk en brengen de matcha thee vaak met veel toewijding en in de meest prachtige kommetjes. Traditie en verfijning, we worden elke dag opnieuw verrast. Een feestje.
kekkō nikkō – prachtig Nikko
