Joris leest Het verhaal van Genji, deel 1. Een klassiek werk uit de Japanse literatuur, geschreven in het begin van de 11e eeuw door de hofdame Murasaki Shikibu. Ze vertelt het verhaal van het leven en de vele liefdes van de zoon van de keizer. Ik had voor vertrek naar een interview geluisterd met Jos Vos, de vertaler. Hij is zeven (7!!) jaar minutieus bezig geweest met de vertaling van Genji. Het wordt vaak omschreven als ’s werelds eerste roman en deel 1 wordt nu, ruim 1000 jaar later, gelezen op een hyper modern station terwijl we wachten op vertrek van een van de snelste treinen ter wereld. Past helemaal bij Japan: verleden, heden en toekomst vloeien hier moeiteloos in elkaar over. Ze lijken de toekomst te omhelzen en tegelijkertijd het verleden te koesteren.

Toen de diverse delen van dit boek thuis arriveerde via boekwinkeltjes.nl zag ik het beeld voor me van een aantal jaar terug in Colombia. Toen ik daar Márquez las werd ik continue door mensen benaderd die het zo geweldig vonden dat ik werk van hun held aan het lezen was. Hier ben je echter een soort van onzichtbaar en niemand zal er ooit pro actief iets van zeggen. De mensen zijn voor ons juist heel zichtbaar, nieuwsgierig als we zijn.
Terwijl Joris dus verdiept is in zijn boek bestudeer ik dan ook de man die tegenover ons zit. Een oudere heer met witte crocs aan zijn voeten. Hij heeft een attaché koffer geopend voor zich staan en schrijft geconcentreerd met een mooie pen in zijn ringband agenda. Daarnaast ligt een evenzo stijlvol potlood en zijn iPhone. Deze laatste vooralsnog ongebruikt. Herinnert me aan het koffertje van m’n vader, begin jaren ‘80. Al was deze in mijn herinnering een stuk stijlvoller en slanker. Ik zit gefascineerd te kijken, vooral naar de combinatie van zijn crocs en koffertje. Hij lijkt diep na te denken. Japanse tekens, schrift dat iets betekent maar ik kan het niet lezen. Zelfs de tekens beschrijven gaat me slecht af.
kyoto
Duizend jaar lang de keizerlijke hoofdstad. Nu 17 UNESCO ‘attracties’, dus geen bezoeker die deze stad overslaat. Jaarlijks ontvangen de 1,5 miljoen inwoners zo’n 54 miljoen bezoekers. Het merendeel hiervan is binnenlands toerisme, de aantallen blijven echter hetzelfde; dat zijn heel veel mensen.
Een voormalig diplomaat omschrijft het mooi in een van zijn boeken: Het ooit meditatieve Arashiyama kent nu meer selfiesticks dan bamboe stengels. Ik leer dat er een woord voor is: kanko kogai. Vrij vertaald: toerisme vervuiling. Alle goedbedoelde omotenashi ten spijt, wij toeristen houden ons niet aan de ongeschreven regels en gebruiken. Deels omdat we ze niet kennen, laat staan begrijpen, deels omdat dat laatste soms ook wel goed uit komt. Op straat eten, dus al wandelend, verstoort bijvoorbeeld in hoge mate de harmonie. Nu is Joris is daar sowieso geen fan van dus die fout maken we niet snel. Heb ik overigens wel gemaakt toen ik hier 6 jaar terug alleen was. Ik heb er namelijk geen enkele moeite mee. Dat wil overigens niet zeggen dat ik eten onbelangrijk vind. Verre van zelfs. Hier in Japan is het zelfs een uiterst serieuze aangelegenheid. Allereerst hebben ze hun keuken – washoku – opgegeven bij UNESCO om tot immaterieel werelderfgoed verklaard te worden. Met succes. Kan van de Hollandse stamppot of haring nog niet gezegd worden.
Ook hebben ze momenteel 39 restaurants met drie Michelin sterren*** Ter vergelijking, in NL is dat er.. welgeteld 1. Tokio staat op koppositie. Nu hebben ze ook wel héél veel restaurants daar, maar toch. Het zegt iets over de toewijding en het perfectionisme.
Kyoto telt er wat minder, ‘slechts’ negen, maar met daarnaast nog wel een kleine tweehonderd 1 of 2 sterren restaurants. Gelukkig heeft de Michelin app ook de mogelijkheid om ‘budget’ te selecteren en dan komen er hele leuke Bib Gourmands naar voren: ‘inspectors favorites for good value’. We hebben ook in Kyoto weer een fijn adresje gevonden: Matakichi, the casual variant van de Michelin ster Gion Matayoshi. We stonden toevallig om de hoek en hij had toevallig nog twee plaatsjes aan de bar. Eigenlijk komt het hier op neer. Je kunt hier gewoon schandalig goed eten.

Kōsan-ji
Wij staan te wachten op bus 8 die ons naar de buitenrand van Kyoto moet gaan brengen. We willen één van de tempels bezoeken waar Cees Nooteboom zo mooi over geschreven heeft en we hebben Kōsan-ji uitgekozen. Achteraf lezen we in een artikel van de Groene Amsterdammer dat hij dezelfde bus nam. Ook in december, wel 17 jaar eerder. Toeval bestaat niet.
Gelijk aan 17 jaar terug klinkt er bij elke halte een paar woorden van een hoge meisjesstem. Onverstaanbaar voor ons, maar we hebben Google als back up om te volgen waar we ongeveer zijn. Ook nu geeft de chauffeur een teken, en wijst ons in de juiste richting. Sommige dingen veranderen blijkbaar niet.

Doordat je over iets leest komt het vaak meer tot leven. Of in dit geval helpt het me om de rust te vinden. We kijken anders naar de toegangspoort, naar het landschap van de tuin, naar de kleuren en vormen, naar de metalen ketting waarlangs het regenwater omlaag sijpelt richting het mos op de stenen. We zien veel bewuster de tekening van de man die in de vork van een boom zit te mediteren. We herkennen de beschreven details. Hij is een (lenige) monnik uit de twaalfde eeuw en de stichter van deze tempel. Hadden we anders niet geweten. De zon komt door en het is stil. We zitten op de veranda en doen simpelweg niets. We kijken. Dank je wel Cees. Het is prachtig.
Chōjū (jinbutsu) giga, middeleeuwse manga?
Bij vertrek lopen we langs de ‘rollen van stoeiende dieren’, getekend in de 12e en 13e eeuw. Met regelmaat lees ik dat ze dit als de eerste manga beschouwen. Geen idee, ik zie vooral veel vrolijkheid. Kikkers, konijnen, apen en vossen in een sumo gevecht, boogschietend, zwemmend en biddend. Allemaal menselijke activiteiten. Soms geschetst. soms juist heel precies getekend. Misschien bedoeld om priesters te bekritiseren door ze te vergelijken met apen en konijnen, of gewoon een zeer creatieve hofschilder? Ook hier heeft Cees een boekje over uitgebracht, echter nog niet in de verzameling opgenomen.

Deze mooie Kōsan-ji tempel hoort bij het Shingon-boeddhisme en past goed bij onze volgende bestemming – Koyasan. Vlakbij zijn er nog twee die we en passant meenemen, de grote Jingo-ji en de kleine Saimyo-ji tempel. Flink wat trappen omhoog, is vast goed voor het karma. Mysterieuze gebouwen met een geheimzinnige inhoud. Gebouwen waar wijsheid wordt gehuisvest en waar een oudere vrouw op ons verzoek met een mooie penseel de naam Zehra op een tempelboekje schrijft. We zijn laat, de zon gaat al bijna onder en het grind knispert onder onze schoenen wanneer we weer richting uitgang lopen.

zen belletjes
Voor de laatste dag Kyoto hebben we de oudste Zen tempel op de planning staan, de Kennin-ji tempel, aan de zuidzijde van de Gion wijk. Hier mooie witte karesansui (= grind-‘Zen’-tuin / droge tuin). Misschien minder bekend dan de tuin van de Ryoanji tempel, maar ook hier schittert het fijne grind in het zonlicht en is er een veranda omheen gebouwd zodat je rustig kan zitten. Het zijn tenslotte ‘kijk tuinen’.
Het grind is natuurlijk perfect in model geharkt, dit om bijvoorbeeld de illusie van zeegolven te creëeren. In het midden staat een boom met daaromheen een cirkel van mos. Een zwarte steen rust deels op het mos en deels op een geharkte cirkel eromheen. De eilandjes met de stenen hebben allerlei symbolische betekenissen, zoals een schip of een Boeddha, al haal ik het niet uit. Alleen het heuveltje snap ik, die moet de berg Fuji voorstellen. Al begrijp ik het niet, het intrigeert me wel.
De tempel is verder omgeven door bomen met allerhande tinten rood, oranje, geel en groen. Elke tuin heeft echter een bewuste compositie, harmonie en kleuren. Niets is toeval en er zijn allerlei ‘doorkijkjes’, volgens het concept miegakure. Miegakure is zoiets als ‘verbergen en ontdekken’. Als ik het goed begrijp is het idee dat sommige elementen in de tuinen deels aan het zicht worden onttrokken, waardoor je wordt uitgenodigd om de ruimte verder te verkennen en er doorheen te bewegen.

Naast de tuinen ook twee megagrote draken te bewonderen, geschilderd op het dak van de aangrenzende Hodo Hall. Ik zou de gouden kamerschermen zo zou willen meenemen.




Er heerst hier weer een hele andere sfeer dan bij de andere tempels. Drukker, informeler, losser. Mooi, niet zen. Naast al het moois zal deze zen tempel me denk ik toch bijblijven als zijnde de belletjes tempel. Slap van de lach kom ik uit de toiletten lopen. Ze hebben er wc sloffen met belletjes. Het is waarschijnlijk een hele efficiënte manier om ervoor te zorgen dat je niet vergeet de sloffen om te ruilen. Het maakt echter nogal lawaai, verre van zen. Bijna een soort moderne kunst, in een ruime cirkel rondom de toiletten klinken de belletjes.

shijo & veloce – goede combi
We hebben hier in Kyoto een westerse kamer. Een kamer met een héél groot bed, een héél klein bad en zonder belletjes sloffen. Room 401 king size ligt gunstig voor een wandeling naar Gion en vlakbij Shijo metro station. Aan te raden. We beginnen elke dag bij Café Veloce. Verre van hip en trending. maar juist daardoor zo leuk. Lekkere en goed geprijsde koffie, aardige bediening, jazzy muziek op de achtergrond, enorm lelijk en saai interieur en de warmste toiletbril van heel Kyoto. Ook hier geen belletjes.
Veloce en Shijo zijn ook weer ons vertrekpunt naar de volgende stop – nog meer tempels op het programma. Nara. Slechts 50 km zuidelijker en een beetje overschaduwd door zijn bekendere buur Kyoto. More to come.
