osaka (mister ando’s hometown)

gedoe op Namba

De meeste stations zijn ok, maar met Namba kunnen we maar geen vrienden worden. Het is nogal een doolhof en eigenlijk zijn het vier stations. Het Nankai “Namba Station”, Kintetsu/Hanshin “Osaka Namba Station”, Osaka Metro “Namba Station” en het “JR Namba Station”. De Osaka Metro bestaat dan weer uit drie verschillende lijnen. De Midosuji, Sennichimae en Yotsubashi lijn. Tja…

Precies hier komen we er erachter dat onze Pasmo pas is verlopen. Perfecte timing want de JR pass werkt hier ook niet overal. Een nieuwe pas lijkt handig, maar welke? Icoca is een van de opties, letterlijk vertaald betekent het ‘Shall we go?’ Dat geeft de doorslag want dat is precies wat we willen.

Terwijl ik – met enige tijdsdruk want de trein wacht niet – sta te klooien bij de machines wordt, misschien als straf voor mijn haastige actie, m’n creditcard ingeslikt. Niet handig en ik wil ‘m graag terug. En dat is nou zo fijn aan Japan, ik heb geen enkel moment twijfel dat dat niet gaat lukken en ik blijf dan ook verrassend rustig. Ik druk op een vuurrode knop, maar dat is enkel Japans. Ik snap de stem niet en de stem snapt mij niet. Joris vind een behulpzame dame met een felgekleurd hesje waarop met grote letters support staat. Heel vriendelijk en welwillend, maar ook zij spreekt geen woord Engels. Ze knikt ja, er gebeurt echter niets. De rij achter me zwelt aan tot een indrukwekkende hoeveelheid mensen, iedereen heeft een trein of metro te halen. Ik blijf echter vastberaden staan. Eerst die creditcard terug. En ja, na de nodige gebarentaal en een blijvende druk op de rode knop (en elke andere knop) gaat er opeens een luikje open en komt er een hoofd tevoorschijn. Direct naast de machine die m’n kaart – als daad van stil protest – heeft ingeslikt. Ik moet m’n best doen om serieus te blijven, het lijkt wel een slapstickfilm. De man verdwijnt weer, ik wil er bijna achteraan kruipen maar dat blijkt niet nodig. Ik hoor metalen kastjes open en dicht gaan en voilà, even later wurmt hij zich weer door het luikje en overhandigt m’n kaart. Met twee handen. Het is dat hij geen kant op kon, anders had hij zeker nog een kleine buiging gemaakt.

De Icoca kaarten moeten dus met cash betaald worden, zoveel is duidelijk. Drie minuten later hebben we ze. Shall we go? Joris zwaait de Icoca pas door de lucht alsof het een wonder is. Het bezorgt me de slappe lach. De Japanners doen echter nog steeds alsof ze niets vreemds zien, We blijven hier een soort van onzichtbaar, hoe raar je ook doet. Ik denk dat ze vooral willen dat we plaats maken zodat er weer beweging komt in de rij.

“Everybody comes for the mr Ando building”

De is de zin die de aardige vrijwilliger uitspreekt nadat hij ons zeker een uur lang heeft rondgeleid. We hebben een beetje medelijden. Want hij heeft gelijk, het museum zelf is ook interessant, zeker wanneer hij de toelichting geeft. Alleen weten niet veel mensen dit.

Foto uit het boekje

‘Hij’ is Hiroshi Mori. Trots geeft hij ons zijn visite kaartje, samen met twee origami kunstwerkjes als klein kadootje. Hiroshi betekent oceaan, zijn geboortejaar is 1945 en hij is dan ook vernoemd naar de Pacific War. Familie naam Mori – het Chinese teken is drie bomen, dus bos. Oceaan van het Bos. Meneer Mori was leraar Engels, is nu gepensioneerd, 78 jaar en hij werkt hier bijna fulltime als vrijwilliger.

Hij zou heel graag meer toeristen willen rondleiden. Voor de Covid lockdown (duurde hier bijna drie jaar!) was het beter, nu nog slechts mondjesmaat buitenlandse geïnteresseerden. En inderdaad, we hebben het hele museum voor onszelf. Volgend jaar is de EXPO in Osaka. Dan gaan ze echter net acht maanden dicht in verband met renovatie. Slechte timing. Hij is er duidelijk gefrustreerd over.

Mr Mori werkt in het Sayamaike museum. Gevestigd in een rechthoekige gecreëerde Tadao Ando doos. Voor ons inderdaad de reden om naar Osakasayama af te reizen. Net als op Naoshima maakt de omgeving deel uit van het museum en de architectuur. Het is eigenlijk een grote rechthoek plus een kleinere rechthoek, welke op zijn beurt omgeven wordt door twee rechthoekige wanden met water. Dit is het hart van het gebouw. Je kunt achter de watergordijnen langs lopen en dan kom je uit in een cirkelvormig deel, beneden is dan de ingang van het museum. Eenvoud, minimalisme, geometrie, licht, ruimte en dus water.

Dat laatste is zeker het thema want na een serie archeologische opgravingen in het meer Sayamaike werden hier de overblijfselen ontdekt van een 12/14e eeuwse dam. Het museum werd 22 jaar geleden dan ook gebouwd om de dam en de oude Japanse technieken te tonen. Ando werkte vier jaar aan het ontwerp, kosten van de realisatie 53 miljoen USD. Binnen is een dwarsdoorsnede van de dam en mr Morí neemt ons mee in de tijd en leert ons over de engineering technieken van de Japanners. Natuurlijk wil hij ook details weten over onze Deltawerken en hoever we onder de zeespiegel wonen. Goede vraag. Blijkt -1.6 meter te zijn, aldus ahn.nl.

Bio_001 in Kita-ku

We hebben hier in Osaka (met de klemtoon op de korte O) een leuk gerenoveerd appartement met de originele naam BIO_001. ‘Minimal design for long term stays’. De definitie van long term lappen we aan onze laars en we boeken het voor een paar nachten. Tatsuya, de host en ontwerper, vind het ok. Hij is trots (al laat hij dat – uiteraard – amper blijken) en daar heeft hij alle reden toe. Het ligt bovendien in een leuk wijkje met nog vele andere houten huizen en smalle steegjes terwijl ook vlakbij de wolkenkrabbers, kantoren en luxe winkelcentra zijn. Het is een soort van nog te ontdekken hip. Zal denk ik snel veranderen. Nakatsu metro exit 4 zit op 1 minuut loopafstand maar ook het mega drukke Umeda station is op minder dan 20 minuten stapafstand. Ook hier rondom het station geweldige tentjes om te eten. Terwijl je een slok sake neemt en een spiesje met Kobe beef laat smelten in je mond, hoor je de trein bovenlangs denderen. Vervolgens een avondwandeling naar nog een Ando gebouw, waarbij we de wolkenkrabber met een felrood reuzenrad op het dak als handig herkenningspunt hebben, om daarna te eindigen in het ruime eenpersoonsbed in ons hippe appartement met een gevulde boekenkast. Het schijnt een naam te hebben, dat fenomeen:  ‘Tsundoku’.  Japans voor het verzamelen van boeken en ze vervolgens ongelezen te laten. Al is dat laatste natuurlijk een aanname. De wand is bomvol vol met keurig geordende manga strips. In de rechterbovenhoek te beginnen met lezen en eindigen in de linkerbenedenhoek. Zelfs dan snap ik het niet. Het mini bad bevalt beter. Inmiddels is het een vast ritueel: met thee in een heet bad de dag voorbij laten glijden terwijl Joris het bed alvast verwarmd.

Kortom, we zijn ook hier in Osaka weer blij en uitermate tevreden, we snappen eigenlijk niet dat mensen deze stad zo vaak overslaan. Alleen al het feit dat ze een boekenwinkel hebben van zes (!) verdiepingen. Waar vind je dat nog? Denk overigens dat Tatsuya daar al die stripboeken vandaan heeft gehaald. Er zullen vast collectors items tussen zitten. Net als zijn miniatuur rood-blauwe Rietveldstoel.

Another Ando- the last one

Naast het bekende A5 Kobe rundvlees (al het het Kobe-beef is wagyu, maar niet alle wagyu is Kobe-beef) heeft Kobe ook nog een groot regionaal museum. Het Hyogo prefectural museum of Art. Geopend sinds 2003, dus na de grote aardbeving en jawel… wederom een Tadao Ando gebouw. En dus stappen we bij de ijzeren spoorbrug in de marron kleurige Hankyu trein naar Kobe. Mooi oud met brandschone groene fluwelen banken. De springveren in de banken voelen als de achterbank van de Kever die we vroeger hadden.

Bij aankomst in Kobe word ik afgeleid door allerhande plaatjes van reuzenpanda’s. En ja, direct naast het station is een dierentuin. Nu heb ik niets met dierentuinen, maar ik heb wel iets met pandaberen. Google leert me echter dat Tan Tan een hartziekte heeft en niet meer te zien is sinds maart ‘22. Dat scheelt weer een keuze moment. We laten Tan Tan rechts liggen en lopen richting de haven. Het is helder, zonnig en koud; handschoenen aan en sjaal om.

Sun Sister (Yanobe Kenji)

Ando collectie – daar word ik hebberig van. Tsundoku?

Het museum is verrassend groot – tijd te kort. Er staat buiten reeds de nodige kunst en het gebouw zelf is wederom geweldig. De Ando gallery laat zien dat er nog véél meer te zien is. Hij heeft zo veel gecreëerd – ongelofelijk. Een nieuwe reis is in de maak… We bladeren door de mooie boeken collectie voordat we de tijdelijke expositie van de fotograaf Yasui Nakaji gaan bekijken (1903-1942). Het zijn bijna schilderijen, mooi. De permanente collectie krijgt minder van onze aandacht. We sjezen er eigenlijk een beetje doorheen, enkel stilstaand bij het beeldhouwwerk. Zadkine, Rodin, Moore en meer. Het is gewoon te groot. Of we hadden eerder moeten opstaan. Een van de twee.

kuchiage

Wanneer we terugkomen in Osaka is het alweer donker en we besluiten meteen door te gaan richting een eettentje. De goedkopere opties van de Michelin app zitten allemaal verder van het centrum en dus volgen we onze neus. Niet eenvoudig. Het is vrijdag en veel blijkt gereserveerd te zijn, toch nog ergens een plekje aan de bar. Mits we maar weer op tijd weg zijn. Goede deal. Het is allemaal iets sjieker dan gemiddeld en iedereen heeft spiesjes voor zich. Wij dus ook. Het is een continue aanvoer van nieuwe creaties, standaard met een zeer duidelijke verwijzing naar saus of zout. Ze houden ons goed in de gaten dus we wijken maar niet af van de adviezen. Wel vinden we het een beetje vreemd dat alles gefrituurd is, hoe lekker ook. Ook nu biedt Google uitkomst want Engels wordt er niet gesproken. Kuchiage blijkt hetzelfde te zijn als kushikatsu. En katsu is gefrituurd, dat weten we nog van de oesters. Kortom, de specialiteit is hapklare spiesjes van vlees en groenten, omhuld met een licht beslag en goudbruin gebakken. Dat verklaart veel. We bestellen nog maar een sake, een prima combinatie.

Net als we denken klaar te zijn vraagt de chef kok hoe we onze rijst willen hebben. Ik versta er weinig van maar herken het woord ei. Lijkt me prima. Hai, onegaishimasu. Het ei blijkt echter rauw te zijn, iets wat Joris net iets te laat door heeft, letterlijk een tikje te laat. De halve bar onder het ei en wij de slappe lach. Zoals het hier betaamt reageert niemand zodat we geen gezichtsverlies lijden. Wel wordt er direct maar onopvallend een doekje aangereikt. Hij heeft wel geluk want rijst is lekkerder zonder rauw ei dan met. Ik doe m’n best maar krijg het bijna niet weg. De volgende vraag is welk dessert we willen. Zelfde verhaal, ik versta er niets van en zeg dus maar op goed geluk ja. Blijkt gefrituurd ijs te zijn. Bevalt een stuk beter. Oh, wat gaan we straks al dit heerlijke eten missen! Gelukkig hebben we Tokio nog voor de laatste dagen. Dat maakt de cirkel mooi rond.

Plaats een reactie