over Rotterdamse meeuwen en Giotto’s sterrenhemel

voorwoord – april 2026
Wederom een fijn voorjaarsweekend. Door de openstaande deuren komt de stad tot leven. Deze zondag lijkt het echter alsof ik gedurende de nacht getransporteerd ben richting de kust. Eén en al meeuwen, druk in een luide conversatie.

Er is meestal maar één reden voor het kabaal: ze informeren hun vrienden over een goede vondst. Doorgaans word ik wel vrolijk van het geluid; ik waan me even aan zee. Maar de combinatie van het tijdstip (07.45 uur) en het afval (nu verspreid door de hele straat) maakt het helaas iets minder idyllisch. Zwerfvuil, de échte terreur van de stad. Ik snap het niet: hoeveel moeite is het nu om je afval in de daarvoor bestemde ondergrondse containers te werpen?

Ik trek mijn dekbed tot ver over mijn hoofd, maar de realiteit wint. Dan maar naar de achterzijde van het huis. Hier, met een kop thee en een warme trui in de voorzichtige ochtendzon, is de wereld weer rustig. Je kunt de dag maar beter vroeg beginnen. Ik pak mijn telefoon en lees iets over technologie en hoe ze middels nieuwe lasertechnieken onontdekte muurschilderingen lokaliseren. Mijn nog wat slaperige brein wordt helderder wanneer de Basiliek van de Heilige Antonius wordt genoemd. Il Santo, in Padua. Daar waar we bijna twee jaar geleden waren. Ik zoek tussen mijn reisblogs om mijn geheugen op te frissen. Helaas: enkel wat aantekeningen, nooit online gezet…

Ik denk terug aan dat enorme terras daar. Zonder schaduw, dat wel, maar met het dolce vita gevoel dat Rotterdam niet helemaal kan evenaren. Ik schenk dus nog wat extra gemberthee in en transporteer mezelf naar mei 2024, Italië. Een tijdreis door Padua op zondagochtend, waarbij ik meteen maar ver terugga in de tijd. De nieuw gevonden fresco’s stammen tenslotte uit de vroege 14e eeuw. In een van de oudste delen van de basiliek, verborgen onder latere verflagen en eeuwenoud roet. Ik moet ergens nog wat verder terug om de historie van de stad écht te begrijpen.

mei 2024
patavium – stad van wederopstanding

Padua, of Padova voor de puristen, is zo’n stad die alles al eens heeft meegemaakt. De Visigoten, de Hunnen, de Ostrogoten; ze kwamen, zagen en sloopten de boel tussen 409 en 610 na Christus. En alsof dat niet genoeg was, legde een grote brand in 1174 de rest in de as.

Wederopbouw was het gevolg. In 1222 stichtten ze bovendien een universiteit die de bakermat werd van het humanisme. Kennis en deugd, hand in hand. In 1545 plantten ze daar de Orto Botanico, de moeder aller botanische tuinen. En hier komt mijn (zondagse) biecht: we hebben hem gemist. Een klassiek geval van gebrekkige voorbereiding in combinatie met de verkeerde kant op dwalen. Wel jammer, want er staat een Japanse notenboom uit de 18e eeuw. Hier thuis vertroetel ik al drie jaar een ieniemini Ginkgo in de hoop dat hij het Hollandse klimaat overleeft; ik had zijn grote broer graag in de ogen gekeken. Next time.

een medische sluis naar de hemel
Wat we gelukkig níét misten, waren de fresco’s van Giotto in de Cappella degli Scrovegni. Dit is geen kwestie van “even binnenlopen”. De kapel heeft, net als de stad, geleden onder instortingen en mislukte restauraties. Twaalf jaar onderzoek naar de luchtkwaliteit en twee jaar intensief werk door maar liefst 65 restaurateurs hebben geresulteerd in een medisch-precies protocol.

Je reserveert een tijdslot en wacht vervolgens in een glazen sluis, het Corpo Tecnologico Attrezzato, tot je eigen lichaamsvocht en temperatuur zijn gestabiliseerd om het microklimaat binnen niet te verstoren. Eenmaal binnen onder dat azuurblauwe plafond bezaaid met gouden sterren heb je een beperkte tijd, maar eigenlijk zou de tijd stiekem even moeten stilstaan. Zóveel te zien.

Het is alsof je in een 14e-eeuwse graphic novel stapt. Giotto vertelt in zeer levendige kleuren het levensverhaal van Maria en Christus. Men zegt dat de kunstgeschiedenis hier voor het eerst emoties als verdriet, woede en tederheid zo menselijk en ‘echt’ afbeeldde.

Onderaan de muren staan nog de Deugden en Ondeugden, in enkel grijstinten. Het zijn net marmeren beelden, een prachtig trompe-l’oeil effect. Vooral ‘de Afgunst’, met een slang die uit haar mond komt en zich in haar eigen ogen bijt, komt binnen. Ook nu, twee jaar later, zie ik het zo weer voor me. Dat zal vast met mijn fobie voor slangen te maken hebben.

Al dit moois is betaald door Enrico Scrovegni. Een wanhopige poging de zonden van zijn vader (een beruchte woekeraar die zelfs in Dante’s hel belandde) af te kopen. Schoonheid geboren uit schuldgevoel; een fascinerend contrast. Helaas zit een spontaan bezoek er dus niet meer in, maar een gepland en afgemeten bezoek is nog steeds meer dan de moeite waard.

groot – groter – grootst
Het historische centrum van de stad is, net als in Vicenza, zo’n 20 minuten lopen vanuit onze B&B (daar waar de tweede ‘B’ van breakfast niet in de overeenkomst bleek te zitten). We passeren op onze dagelijkse wandeling het Canale Piovego. Dit slingert zich langs de stad en voegt zich bij de rivier de Brenta, die we een paar dagen terug ook al tegenkwamen. Ook loopt er water dwars door het enorme Prato della Valle plein, mogelijk wel het grootste plein van Italië. Er is gras, er zijn bruggetjes. Er zijn verkopers, fonteinen en er zijn beelden. Héél véél grote, marmeren beelden. Stuk voor stuk leiders die ik niet herken, en aangezien er meer dan 80 zijn, doe ik na nummer 10 ook geen moeite meer. Het plein is zo groot dat de Basiliek van Santa Giustina, aan de rand van het plein, haast bescheiden toont. En dat terwijl het een van de grootste kerken van Italië is.

Urbs Picta – de geschilderde stad
Daar waar nu dus middels hightech het onzichtbare zichtbaar wordt, draaien restauratoren de tijd terug. Onder lagen stof en vergeten geschiedenis komen de kleuren van de 14e eeuw tevoorschijn. Gezichten die ons na zevenhonderd jaar weer in de ogen kijken. Elke laag verf kan een nieuw verhaal onthullen. Wat is er allemaal nog verborgen? Ik lees nog even verder in het artikel dat me terugbracht naar Padua, naar Urbs Picta. Experts linken de techniek en het kleurgebruik aan de school van Giotto. Naast de vondsten in de kapel zijn er ook sterke aanwijzingen dat er in de Sala del Capitolo nog grote delen van een ‘verloren’ fresco-cyclus van Giotto onder de witkalk verborgen zitten. Nu hebben wij die hele Basiliek van de Heilige Antonius destijds überhaupt niet van binnen bekeken, dus het is een mooi excuus om nog eens terug te keren.

Wél hebben we toen Venetië nog aangedaan. Dit omdat we praktisch in de achtertuin logeerden, en hoe vaak gebeurt dat nu? Dat kun je niet voorbij laten gaan.

la serenissima – tussen droom en nachtmerrie
We pakken de trein. Binnen dertig minuten staan we op station Santa Lucia en nog geen kwartier later zitten we met een macchiato aan één van de vele kanalen. Niet slecht!

Het driehoekige Punta della Dogana is ons eerste doel. Het is een mooie link met Japan, of eigenlijk met Tadao Ando. Ooit een douanegebouw, nu een tempel voor moderne kunst. François Pinault had Palazzo Grassi al in zijn bezit en betrok ook voor dit gebouw Ando. Dat wij groot fan zijn van Ando is geen verrassing voor wie mijn verhalen uit Japan heeft gelezen. De manier waarop hij beton, licht en ruimte manipuleert blijft magisch.

Eenmaal binnen worden we echter helemaal niet begroet door lichtheid, maar door de tentoonstelling Liminal van Pierre Huyghe. Het is donker, beklemmend haast. We lopen door ruimtes waar menselijke figuren. (of zijn het machines?) zonder gezicht dolen in een schemerwereld. Het is fascinerend, maar ook een beetje onheilspellend. Het contrast kan niet groter zijn: buiten de schittering van de zon op het Canal Grande, binnen een soort duistere, technologische droom.

dare to dream
2024 is het jaar van de zestigste Biënnale en de stad puilt uit van de kunst. In de wijk Dorsoduro stuiten we op het prachtige Palazzo Contarini Polignac en we bezoeken daar de tentoonstelling From Ukraine: Dare to Dream. Terwijl de wereld in brand staat, vraagt deze expositie om te blijven dromen. Het voelt ongemakkelijk en noodzakelijk tegelijk. De pracht en praal van het Venetiaanse palazzo vormt het decor voor verhalen over oorlog, verzet en hoop. Het raakt ons; de harde wereld breekt hier dwars door de Venetië-bubbel heen.

de strijd om de ziel van Venetië – ook een vorm van ‘dare to dream’
Het thema van de Biënnale, Stranieri Ovunque (‘vreemdelingen overal’), voelt pijnlijk actueel in een stad die bijna bezwijkt onder zijn eigen populariteit. Woningen worden opgekocht door buitenlanders als goudmijn voor short-stay verhuur of als pied-à-terre. De lokale bevolking krimpt (minder dan 50.000 zielen in het centrum) en de huizenprijzen zijn inmiddels de nekslag voor de Venetianen zelf. Al tien jaar geleden gingen ze de straat op met een lege koffer als symbool voor het feit dat steeds meer inwoners de stad noodgedwongen verlaten. Ik zoek de huizenprijzen op van 2024: €4.398 per m² voor appartementen en €3.221 per m² voor huizen. Niets vergeleken met Amsterdam misschien, maar voor de lokale bevolking inderdaad de nekslag.

Terwijl we door de straten dwalen, voelen we die dubbelzinnigheid. We genieten van de schoonheid, maar als bezoekers zijn we tegelijkertijd onderdeel van het probleem. Toch is er ook nog authenticiteit, al twijfel je hier soms aan je eigen ogen. Wandelend langs de Rio di San Barnaba, vlak bij de beroemde ‘Vechtbrug’ (Ponte dei Pugni), zien we een boot volgeladen met groenten en fruit: de Barca della Frutta. Het ziet eruit als een filmset. Is dit echt, of staat dit hier voor de toeristen? Na wat speurwerk blijkt het gelukkig een stukje levende geschiedenis te zijn; al decennialang verkoopt dezelfde familie hier hun waren vanaf het water.

de domme toerist
Maar terwijl we ons verbazen over dit pittoreske plaatje en over Venetië in het algemeen, raken we een lens van de Fuji kwijt. Gewoon, weg. Gejat.

Het is om te janken. En vooral ook zo ontzettend stom. We voelen ons direct gedegradeerd van ‘beschouwende reizigers’ tot die onoplettende toeristen waar we stiekem wel eens ons hoofd over schudden. Met een incomplete camera stappen we op de trein terug naar Padua. De terugreis was een beetje stiller dan de heenreis.

de B&B zonder breakfast, maar mét Birba
Terug in Padua worden we bij het hek gelukkig opgewacht door Birba. De hond van onze hosts blaft en kwispelt tegelijk. Lang, luid en levendig. Haar dagelijkse ‘welkom thuis’-ritueel krikte ons humeur direct weer op. Onze B&B ligt heerlijk afgelegen, in het oude bovenhuis van Sonia’s ouders. Het huis ademt de sfeer van vervlogen tijden. Er is geen schoonmaakster en de badkamer is een ergonomische puzzel: om de douchecel in te komen, moet je praktisch schrijlings over het toilet klimmen. En de douchekop vereist een delicate balancing act: bij te weinig waterdruk klettert hij naar beneden, bij te veel druk lanceert hij zichzelf omhoog en is de hele ruimte kletsnat. Maar ach, zolang de lakens fris zijn, neem ik deze dagelijkse hindernisbaan met liefde voor lief.

Terug in Padua worden we bij het hek gelukkig opgewacht door Birba. De hond van onze hosts blaft en kwispelt tegelijk. Lang, luid en levendig. Haar dagelijkse ‘welkom thuis’-ritueel krikte ons humeur direct weer op. Onze B&B ligt heerlijk afgelegen, in het oude bovenhuis van Sonia’s ouders. Het huis ademt de sfeer van vervlogen tijden. Er is geen schoonmaakster (dus die onderzetters waar ik me in Vicenza druk om maakte, zijn hier overbodig) en de badkamer is een ergonomische puzzel. Om de douchecel in te komen, moet je praktisch schrijlings over het toilet klimmen. En de douchekop vereist een delicate balancing act: bij te weinig waterdruk klettert hij naar beneden, bij te veel druk lanceert hij zichzelf omhoog en is de hele ruimte kletsnat. Maar ach, zolang de lakens fris zijn, neem ik deze dagelijkse hindernisbaan met liefde voor lief. Bovendien compenseert Sonia het ongemak met verse eitjes van de kippen uit de tuin. Handig voor de B van breakfast.

terug naar 12 april 2026
Ik neem een laatste slok van mijn inmiddels afgekoelde gemberthee. De meeuwen in Rotterdam zijn misschien minder verfijnd dan de fresco’s van Giotto, en de douche hier vereist gelukkig geen acrobatische toeren over het toilet, maar de essentie blijft hetzelfde. We dwalen, we verliezen wel eens wat (een lens, een illusie…) en we worden weer wakker onder een grijze hemel die met een beetje fantasie net zo diepblauw is als die in de Scrovegni-kapel. Ik kijk naar mijn ieniemini Ginkgo hier op het terras. Hij leeft nog, een klein groen bewijs van standvastigheid. En zolang er nog onontdekte muurschilderingen zijn en honden als Birba ergens op je wachten, is er altijd een reden om weer op pad te gaan. Maar nu eerst: de Rotterdamse realiteit. Dat vuilnis moet de container in voordat de meeuwen de hele straat hebben geannexeerd. En de auto moet worden verplaatst; hij is weer volledig opgeladen en een ‘laadkleef-boete’ is een zonde die ik vandaag liever voorkom.

In de verte hoor ik het aanzwellende geluid van de stad. Vandaag wordt er hier niet gedwaald, maar geracet. Het is de dag van de marathon. 18.000 mensen die vandaag de legendarische 42,195 kilometer gaan trotseren. Een heel andere manier van ‘on the move’ zijn, maar minstens zo indrukwekkend als een 14e-eeuwse sterrenhemel.

Plaats een reactie