het wonder van perfectie – ‘how to wrap a sari’
Tja, wat doe je als je nog drie uur hebt voor de trein vertrekt en je zit een beetje te lanterfanten op het binnenplaatsje van je guesthouse? Terwijl Joris en Sean over sociale wetenschappen praten besluit ik de drie lieve schoonmaaksters te vermaken door een sari te kopen en hun hulp te vragen. Het is een instant hit. Ze nemen hun taak serieus en ik word met groot enthousiasme door de drie dames aangekleed.

Halverwege kijken ze me wat ongelovig aan wanneer ik aangeef de benodigde veiligheidsspeld niet te hebben, duidelijk een gebruiksvoorwerp wat elke vrouw standaard bij zich moet hebben. Gelukkig zijn zij beter voorbereid en er wordt er een van de eigen schoudervoorraad afgehaald. Er zit hier duidelijk van alles verstopt onder de kleding. Hoe vaak ik geen verkreukeld papiergeld uit bh’s zie komen..
Als de boel uiteindelijk zorgvuldig gedrapeerd en gladgestreken is moeten er natuurlijk foto’s gemaakt worden van Mem and Sir. Onze standaard naam alhier, afgewisseld door Uncle and Auntie en heel soms Baba en Maa. Andere namen hebben we hier niet.


Mocht ik ooit thuis nog eens de sari willen dragen dan zal ik het met de hulp van TikTok of YouTube moeten doen, waarschijnlijk met een dubieus, minder bewonderingswaardig eindresultaat.
de laatste in rij
Het hotel hier in Puri is echt een super keuze. Gevonden via Airbnb en de foto’s op het platform waren niet al te best. Met name de hometrainer op de kamer zorgde voor wat vraagtekens. De realiteit is echter zoveel beter. Zoals zo vaak maken de mensen het verschil. De enorme lach op het gezicht van de kok wanneer hij ons elke dag een uitgebreider ontbijt bezorgd. De dames die de was keurig schoon en strak gestreken in krantenpapier afleveren, inclusief een geschreven bonnetje. Kosten: 1 euro. Ook weer met een grote lach. De binnenplaats die het getoeter op een aangename afstand houdt. En vooral, extra bonuspunten voor de recent aangebrachte horren, iets wat hier geen overbodige luxe is. Zeker wanneer je samen reist met iemand die toch wel een soort muggen fobie heeft.
Het huis zelf is uit 1916, gebouwd voor de astmatische zoon van een West-Bengaalse grootgrondbezitter. Frisse zeelucht is inderdaad nabij, het is nog geen vijf minuten lopen naar het strand. De hometrainer blijft dus onaangetast in de hoek staan, lange strandwandelingen zijn een stuk aantrekkelijker. Tijdens de bouw van het huis was dit het 26e huis op rij en toen het in de jaren zeventig tot een hotel werd omgedoopt kreeg het de weinig creatieve, maar doeltreffende en wonderbaarlijk eenvoudige naam Z hotel.

van het Dal meer naar de Bay of Bengal – van de islam naar het hindoeïsme
Direct naast het hotel heeft Manzoor Ahmed een (semi) antiek, curiosa en sieraden winkeltje, inmiddels uitgebreid met de verkoop van sari’s en andere kleding. De sieraden en oude stenen zijn weggestopt in allerhande doosjes en kistjes in een kast, achter stapels kleding. Het business model is duidelijk aangepast aan het publiek. Manzoor, de eigenaar, is 67 en zit elke dag op een krukje in zijn 2 bij 3 meter Jubilee Corner. De wierook brandt continue en de schoenen moeten uit bij entree. Hij is geopend van twee tot elf, zeven dagen per week, en dit reeds dertig jaar lang. 2700 km verwijderd van zijn geboortegrond, Srinagar – in de valei van Kasjmir, omgeven door de Himalaya. Daar waar het helaas al decennia lang onrustig is. De wonden tussen Pakistan en India willen maar niet helen.
Toen hij zijn ondernemerschap startte waren de meeste shopjes hier vergelijkbare antiek winkeltjes, nu is het merendeel een eenvoudig restaurantje met een open ‘keuken’, een paar plastic stoelen en heerlijke thali’s voor €1,80. Daartussen zitten nog wat zelden functionerende ATM’s (gelukkig ook niet vaak nodig gezien de prijzen) en handloom winkeltjes waarvan de verkoopwaar weinig tot niets meer te maken heeft met het traditionele hand geweven proces. Wel bieden ze een enorme keuze aan machinaal geweven materiaal. Zie ook het begin van dit verhaal, voor minder dan zes euro krijg je ruim vijf meter stof om jezelf in te wikkelen. Er zijn vast en zeker nog diverse lokale gemeenschappen in Odisha die hun traditionele ikat ambacht doorgeven aan toekomstige generaties, maar daarvoor moet je niet in de populaire kustplaats Puri zijn.


Manzoor wil nog vijf jaar doorgaan met zijn winkel, mits gezondheid het toelaat. Of misschien is het meer moeten dan willen. De COVID periode heeft hem hard getroffen en zijn zonen hebben een ander pad gekozen. De oudste zit in Qatar en de jongste werkt bij een international bedrijf waarvan ik ook na drie keer vragen de naam niet van herkende. Beiden ontmoeten we via FaceTime. Onderwijl worden alle dozen geopend om zijn voorraad edelstenen en sieraden op de oude toonbank uit te stallen. Is het nieuw, is het oud, is het oud gemaakt? Geen idee. We volgen maar ons gevoel en kiezen twee hangers uit. Manzoor blij, wij blij.

de heilige stad – stampvol met wonderen
Ook doen we hier een heritage walk. Sanu, de manager van ons Z(ee) hotel, is heel toevallig ook een gids én leraar Sanskriet. Nadat hij in de vroege ochtend z’n Sanskriet lessen in een nabij gelegen dorpje heeft gegeven vertrekken we. Diverse tempels en ashrams volgen, inclusief uitleg van de historie en de legenden. Teveel om te onthouden. Zo zien we bij een spiritueel centrum een heilige boom die ontstaan is uit een houten tandenborstel en maar blijft groeien ondanks dat hij van binnen hol is. Waarschijnlijk een van de vele ‘wensbomen’ in Puri. De heilige koe scharrelt nabij en men wijst ons na afloop op de donatiebox. Hindoe aanhanger of niet, donaties zijn altijd welkom.

In de Sakhigopal tempel vertelt hij vol overtuiging het verhaal van het gebogen beeld van Lord Krishna. Gebogen omdat een devote man te oud werd om nog rechtop te staan en dus paste het beeld zich aan. Volgens Sanu is het een bewijs dat het goddelijke altijd met de gelovige meebeweegt, in dit geval zelfs letterlijk. Er wordt helaas minder flexibel meebewogen met het maken van foto’s, dus we kunnen het licht gebogen (cq schuin weggezakte?) beeld niet delen. Dat zou het heilige natuurlijk ook ontheiligen en dat wil ik zeker niet op m’n geweten hebben.
Puri lijkt dé stad te zijn voor aanbidding van Lord Krishna. Vooral door – maar niet beperkt tot – de Jagannath Tempel, waar de Lord Jagannath-afbeelding (een incarnatie van Krishna) met grote overtuiging wordt vereerd. Tijdens het jaarlijkse Rath Yatra festival worden er heilige beelden op grote wagens door de straten van Puri getrokken en volgens zeggen zijn er tijdens de processie een paar miljoen mensen aanwezig.


HNY
Eerlijk gezegd vinden we de straten ook zonder processie reeds druk genoeg, waarschijnlijk heeft dit ook te maken met de vakantie periode en de jaarwisseling. Alhoewel dat laatste natuurlijk enkel voor ons geldt. De hindoekalender is tenslotte afhankelijk van de maancyclus. Desalniettemin zijn er her en der feesten georganiseerd. De zogeheten ‘zero night celebrations’ bij de diverse hotels. We lopen er een paar langs, veel neon en muziek, bitter weinig mensen en nog minder sfeer. We vieren de jaarwisseling dus op onze kamer, en proosten met onze eigen Morpheus, de ‘God van de dromen brandy’. Buiten knalt het nodige vuurwerk en 2025 is een feit.
nieuwjaarsduik
Hoe fijn is het om het jaar in te luiden met een duik in de golven? Heel fijn! Zelfs als de nodige mensen ons nauwlettend in de gaten houden en we zelfs middels een snerpend fluitje gevraagd worden om de rode vlag te respecteren. Tegelijkertijd wenst hij ons Happy New Year.
Puri kent een lange kuststrook en om de zoveel 100 meter verandert het strand van naam. Soms is het een betaald stuk, dan is er vrijwel niemand en het strand is brandschoon. Blue Flag Beach is het beste voorbeeld, voor €0.50 mag je passeren. Betaal je iets meer dan kun je de hele middag blijven en ook een duik nemen. Mits er dus geen rode vlag is…

Op andere stukken is het haast een kermis. Soms ook letterlijk, met een reuzenrad wat niet echt reuze is en met quads die vast lopen in het zand. Bloemenslingers, muziek, suikerspinnen en samosa’s, kinderen op versierde kamelen met grote teddyberen voorop en overal groepen mensen die elkaar vasthouden in de zee en selfies nemen. Het is een soort strand carnaval. Leuk om te passeren en zeker leuk voor de sfeer en foto’s.


Beduidend minder geschikt om even fijn een boek te lezen. “Where are you from” en “selfie please” zijn de continue repeterende vragen, ongeacht wie het is. Odisha, ook nog wel Orissa genoemd, is een deelstaat die niet veel bezocht wordt door (buitenlandse) toeristen. Hier zijn wij dus duidelijk het exotische element op het strand en dat zullen we weten. We zijn dus extra blij met het gecertificeerde blue flag beach, of daar waar ze relatief veel geld vragen voor een stoel en parasol. De strandwachten spelen cricket en de lunch wordt bezorgd. Life is good.


de andere realiteit
Wanneer we weer de drukte inlopen richting ons Z(ee) hotel besef ik me dat het het het broedseizoen van de zeeschildpadden is. Ik hoop dat ze op de nabij gelegen stranden alle activiteiten en festiviteiten gedurende deze periode verbieden. Anders zie ik de toekomst somber in voor de Olive Ridley schildpadden. We zien ergens een gestrand exemplaar, de kraaien cirkelden er reeds omheen, enorm triest.

Ook triest – zowel voor schildpad als mens – is dat er ergens halverwege het strand ongezuiverd afvalwater in zee wordt geloosd. Daar wil je enkel maar héél snel voorbij lopen en vooral niet vlakbij gaan zwemmen. Het lijkt me een ernstig probleem, zeker omdat delen van de stad geen goed functionerend rioleringssysteem heeft. In het oude centrum, nabij de grote tempel, zien we her en der nog steeds een open riool en waterpompen. Dat moet in de warme zomerperiode toch een drama zijn.


poort naar de hemel
Tel daarbij op de crematieghat Swargadwar. Deze bevindt zich aan de kust, direct achter het strand. Een strak georganiseerd geheel inclusief duidelijke loketten, wachtruimtes en genummerde crematie plaatsen. Direct ernaast de nodige hotels met passende namen.


Duizenden mensen komen hier om hun geliefden te cremeren, een van de weinige plaatsen in India waar het ritueel van crematie aan de zee gebeurt. Dit wordt gezien als een uitzonderlijk gunstige manier om de ziel van de overledene te bevrijden; als iemand wordt gecremeerd in Puri, krijgt diegene een directe route naar het paradijs. Het is denk ik een flinke uitdaging om zowel respect te tonen voor de eeuwenoude religieuze praktijken als om de impact op het milieu te minimaliseren. Asresten, verbrande materialen, luchtvervuiling…
Ik voel me een praktische westerling nu ik dit zo omschrijf. Wie ben ik om er iets van te vinden? Na slechts een kleine week een bezoeker te zijn geweest… Puri, een van de oudste steden van India, is doordrenkt met eeuwenoude religieuze en culturele tradities. Al generaties lang een heilig centrum voor het hindoeïsme. Misschien heeft deze stad, met al haar contrasten, haar eigen manier van evolueren. Wellicht met een beetje hulp van het onbekende. Op manieren die wij ons nu nog niet kunnen voorstellen.



