Om half zes ‘s morgens sta ik op om het hoesten wat tegen te gaan. Terwijl ik met een kopje thee nog wat dromerig naar buiten kijk zie ik een enorme kolonie apen bij de buren. De dames, het merendeel met een baby aan zich vastgeklampt, lijken verrast te zijn door hun nieuwe, hoestende buurvrouw. Net wanneer tot me doordringt dat dit waarschijnlijk een van de redenen is voor alle tralies op de balkonnetjes en voor de ramen, zie ik een lange staart vlak voor m’n neus. Ik deins achteruit, mors m’n hete thee en val bijna over de schildersezel. Die kleinere apen passen natuurlijk nog prima tussen die tralies en de bananen in de keuken zouden wel eens een enorme aantrekkingskracht kunnen hebben… Ze liggen tenslotte mooi in het zicht. Ik besluit dat de ramen dicht moeten, maar zó dichtbij die staart… echt niet! Kortom, Joris is de klos en wordt het bed uit getrommeld.

Even later, in een halfslachtige poging tot nog wat slaap, een enorme herrie. Dat wil zeggen, een extra geluid naast de diversiteit van de standaard ochtend geluiden. Opstartende (of niet startende) brommers, blaffende honden, kwetterende vogels, fietsende verkopers die repeterend hun waar aanprijzen en drukke conversaties door hen die waarschijnlijk wèl om 10 uur in bed lagen. Nee, dit was anders. Dit was dezelfde kolonie apen en een stuk of wat honden die met veel kabaal op het hek afstuiven. Althans, dit zie ik terwijl ik weer naar buiten gluur. Er staat een man aan de buitenzijde van het hek, inmiddels volledig omringd. Hij heeft zichzelf blijkbaar de taak toebedeeld om de menigte apen en honden van koekjes te voorzien. Het valt mee dat er geen koeien in beeld zijn, die vinden het mogelijk nog wat te vroeg. Vind ik ook, maar er is niets meer aan te doen en dus zit ik in alle vroegte op ons balkonnetje aan de voorzijde. Beveiligd door tralies, een heerlijke frisse ochtend geur en warme Tulsi thee in m’n handen. Wat een luxe, zo’n heel appartement voor onszelf in een relatief groene wijk – Kalyani Ghospara. Ergens in de verte wordt er een tempel ritueel uitgevoerd en terwijl ik dit schrijf passeert een oudere man op een fiets met een luid klinkende muziek box op zijn bagagedrager. Zelfs ik hoor dat het geen JBL of Tannoy is, hij lijkt er echter content mee. Ook onze lieve caretaker Bhulida is al vroeg op en druk in de weer. Eigenlijk slaapt hier niemand uit. Ook wij dus niet, dat is simpelweg onmogelijk. Het verschil is echter dat wij gewoon rustig wakker kunnen worden zonder ook maar iets te moeten of te moeten verkopen. En terwijl wij de temperatuur heerlijk vinden – op dit vroege tijdstip nog net geen 20 graden – vinden de bewoners het overduidelijk echt koud. Alle passanten zijn dik ingepakt met muts, sjaals en vaak een kleurige deken.
De honden uit de buurt hebben zich inmiddels herenigd voor hun ronde door de wijk. Bij elkaar een stuk of twintig. Twee moeten achterblijven, dat vind ik dan weer zielig. Weinig variatie, er is een bruine-witte en een zwart-witte clan, beiden van hetzelfde (vuilnisbakken) ras, alles blijft binnen de bloedlijn. Ik vraag me af of er programma’s zijn rondom het castreren en steriliseren, of dat de meesten als straathond eindigen. Hier in de wijk lijken ze nog wel bij een huis te horen. Ze springen soepel over de muren en glippen door de hekken. Meestal luidruchtig ruziemakend en soms huilend als wolven. Vooral ‘s nachts…
Overdag hebben we hier de afgelopen twee dagen een auto met chauffeur gehuurd en zijn we de West Bengaalse terracotta tempels gaan opzoeken. Dat laatste kan zeker letterlijk worden opgevat. Onze chauffeur Bablu, reeds jaren de steun en toeverlaat van onze Airbnb host, weet vast en zeker de standaard plaatsen in de omgeving, maar de pareltjes die wij via allerhande blogs gevonden hadden zijn duidelijk niet standaard. Althans, niet voor hem. Ook is zijn kennis van de Engelse taal zeer beperkt en Google maps gebruikt hij niet. Wèl laat hij z’n huis, vrouw en winkeltje zien. Natuurlijk moet er ook nog getankt worden – want waarom dit vooraf doen? – maar dan zijn we ook echt onderweg.
de tempelstad van Bengalen
Wat is de ultieme tempelstad van Bengalen – Bishnupur of Ambika Kalna? Bishnupur is duidelijk populairder, vooral omdat het een stuk eenvoudiger te bereiken is, alsmede zijn er hotels. En dus gaan wij naar Kalna.
Kalna is een wat stoffig plaatsje met zo’n 80.000 inwoners en doordrenkt van geschiedenis, religie en architectuur. ‘Beroemd’ om zijn tempels met prachtig bewerkte terracotta panelen. Echt elke centimeter van de tempelmuren en daken is bewerkt met gedetailleerde relïefkunst.

Het Kalna Shiv Mandir complex is gebouwd in twee cirkels. De binnenste cirkel telt 34 Shiva tempels en de buitenste 74. Tesamen 108, het heilige getal en in dit geval staat het vast voor de 108 namen van Shiva. Een ieder heeft binnenin afwisselend een zwarte of een witte Shiva lingam staan.
Het Rajbari-complex ligt er recht tegenover, slechts gescheiden door een smalle onverharde weg met wat eetstalletjes. Een flink complex, maar ook hier zijn geen buitenlanders te bekennen en dus ook geen engelstalige gids. Gelukkig hadden we ons een beetje ingelezen en verder is het een kwestie van kijken en bewonderen. Het echt begrijpen en herkennen van de scènes uit de Krishna en Durga legendes is een heel ander verhaal. De gemiddelde lokale gids maakt daarin niet het verschil, er zijn zo oneindig veel namen en legendes dat je een leven lang nodig hebt om de boel enigszins te begrijpen en ontwarren.

Er is een deel waar voor de koningen toneelstukken en drama’s werden opgevoerd. Er is de Giri Gobardhan-tempel, compleet afwijkend in stijl; eenvoudig in ontwerp en het dak is gemaakt als dat van een berg met verschillende menselijke en dierlijke sculpturen erop.
Ook staan er hier twee van de vijf Bengaalse Panchabingshati tempels; de Laljiu en de Krishnachandra tempel. Ieder vier verdiepingen hoog met in totaal 25 pinakels. Erg mooi! Er is nog een derde nabij, zo’n 15 min rijden verderop richting Guptipara. Deze stond ook op ons verlanglijstje en dus stappen we in de auto. Bablu rijdt, vraagt, vraagt nog eens, rijdt zich vast, keert daar waar onmogelijk en begint opnieuw. Echter geen tempel die lijkt op ons plaatje. Wij verstaan natuurlijk niets van het Bengaals, maar men lijkt steeds enthousiast te knikken en aanwijzingen te geven. Uiteindelijk arriveren we bij een prachtig complex van vier tempels, midden in het groen. Volgens Google maps ver van waar we wilden zijn, maar het ziet er fantastisch uit, zeker in de laatste lichtval van de dag. Het rode steen toont nog roder en een van de tempels heeft prachtige fresco’s. Gelukkig vinden we ergens een naambordje zodat we achteraf nog wat kunnen nalezen: Brindaban Chandra’s Math. Ik praat wat met de opzichter, hij werkt voor de overheid en is hier reeds drie jaar gestationeerd. Dan ken je denk ik wel elke penseelstreek en uitgehouwen scène. Hij vindt de fresco’s uniek en krijgt er nooit genoeg van.


Later lees ik in een blog van een tempel freak die alleen al in West Bengalen 150 tempels heeft bezocht, dat deze fresco’s alle andere fresco’s veruit overtreffen. Hij is het dus eens met de opzichter. Die zichzelf overigens liever manager noemt. Ik ga de discussie maar niet aan, want hoe manage je eeuwenoude tempels?
In het heiligdom van deze beschilderde tempel staan de donkerblauwe Shri Brindavana Chandra en de gouden Shri Radhika, met daarachter de drie-eenheid van Jagannath, Balabhadra en Subhadra. Hij vertelt dat deze idolen tijdens de de jaarlijkse processie (Rath Jatra) in een grote strijdwagen en met veel ceremonies naar de iets verderop gelegen Masir Bari-tempel worden gebracht. Daar moeten ze zeven dagen blijven voordat ze weer terug naar huis mogen. Thuis is dus hun eigen Brindavan Chandra tempel.
Overigens lees ik later, terug op het balkonnetje, dat Guptipara in het Bengaals ‘verborgen buurt’ betekent. Ook stond het ooit bekend als een geheime plaats van Tantra-praktijken en was het een bekende studieplaats voor Sanskriet, de klassieke taal van India. Ze doen hun naam ‘verborgen buurt’ in ieder geval eer aan, de tempels waren een prachtige verborgen schat. Ik ontdek ook nog iets anders. Namelijk dat het helemaal niet zo vreemd was dat niemand de tempel herkende die we oorspronkelijk op het oog hadden. Dat heb je ervan wanneer je Gopalbari verwart met Guptipara… beide plaatsen liggen op een uur rijden van elkaar. Best gênant.


