
Vonden we Kalna een wat stoffig plaatsje, vandaag gingen we voor de overtreffende trap. Baidyapur, een klein stadje met zo’n 15 duizend inwoners. Daar waar ook weer bijzondere tempels zouden moeten zijn. Bablu wordt er licht nerveus van. We noemen de plaatsnaam, laten het zien op Google Maps en gaan vervolgens koffie drinken zodat hij zich kan beraden hoe er te komen.
In Kalyani helaas geen Indian Coffee House zoals in Kolkata. Dat heeft een oorspronkelijke satellietstad blijkbaar niet nodig.
Toch zou je zeggen dat er met een gemiddelde consumptie van 30 kopjes koffie per jaar nog wel wat ontwikkel potentieel is in dit immense land. Steeds meer (stads)mensen hebben geld te spenderen en dus komen de (inter)nationale ketens in beeld.
Starbucks, in samenwerking met Tata Consumer Products, wil 1000 winkels hebben in 2028. Costa richt zich op de vliegvelden en theaters, uiteraard ook in een samenwerkingsverband.
Hier in Kalyani moeten we het helaas ook met een keten doen. De weinig originele naam Barista laat in ieder geval niets te raden over. Bovendien op loopafstand. Vaak zijn we de enigen, geen idee hoeveel investering er nodig is voordat dit iets gaat opleveren. Koffie met een smaakje is populair. Only ‘coffee taste’ vinden ze maar raar en ze vragen het elke keer nog maar eens voor de zekerheid. Vandaag waren we echter niet alleen, er was ook een professor met zijn gezin neergestreken. Hij geeft les op een technische universiteit, de groepen studenten variëren van 10 tot 600 aanwezigen. Ze zijn nu op vakantie en vrouw en kind zitten aan een coffee frappe, ieder met een boek in de hand. Hij legt zijn krant neer voor een gesprekje met deze twee nieuwsgierige Nederlanders.
Voordat we vertrekken richting Baidyapur wil ik graag nog even het toilet bezoeken. De fancy inrichting van Barista ten spijt, een toilet is er niet. Het vriendelijke meisje leidt me echter naar buiten en we lopen achterlangs. Het fascineert me, de trendy luxe plek is echt enkel de binnenzijde, aan de achterzijde is het een andere wereld. Ze wijst naar een deur en loopt terug. Ik begrijp er echter niets van. Daarachter geen toilet of ook maar iets wat er voor door kan gaan. Ook geen gat of gootje. Wel een emmer vol water en het bekende bakje om water te scheppen. Maar waar dan, hoe dan? Ik kijk eens in het rond, er staat wat verderop een man en een geit. Hij schudt zijn hoofd, of eigenlijk is het het bekende kantelen van het hoofd. Ja dus, het moet de toilet zijn. Ik probeer de logica te achterhalen, zie dan in het schemerdonker dat de betonnen vloer iets afloopt richting een mini gaatje in de muur en besluit dat dat het systeem zal zijn. Gerustgesteld zak ik door mijn knieën en denk voor de zoveelste keer aan de zo goed gekozen slogan voor India: Incredible India.

Baidyapur.. We arriveren er na veel vragen, het is duidelijk een nieuwe ervaring voor onze Bablu. Het is dan ook een mini plaatsje, maar wel een plek waar toevallig prachtige Bengali tempel architectuur te vinden is. Ik las erover op de bank in Rotterdam, terwijl de kaarsjes in de urli brandde en de pot chai binnen handbereik stond. Eigenlijk ongelofelijk dat je dan een paar maanden later hier uit een auto stapt, met je slippers in het stof terwijl de lokale gemeenschap ons vragend en vriendelijk aankijkt. We komen wellicht onaangekondigd, maar zijn welkom.

Het stadje heeft zijn naam te danken aan een oud episch gedicht uit de Bengalen. Volgens de overlevering was Behula, de schoondochter van Chand Soudagar, op een bootreis met haar overleden echtgenoot, Lakhindar. Dit in een poging hem weer tot leven te brengen. Terwijl zij onderweg waren, probeerden de plaatselijke artsen, bekend als ‘Baidya’ in de lokale taal, Lakhindar te genezen. Helaas faalden zij in hun poging. Als eerbetoon aan deze artsen en hun mislukte poging om het leven van Lakhindar te redden, werd het dorp genoemd Baidyapur, wat ‘de stad van de Baidya’s’ betekent.

De relatief kleine en eenvoudige Jora Deul-tempels lijken het hart te vormen van Baidyapur, er staat zelfs een hek omheen en het gras is onderhouden. In dit gras liggen een man en vrouw te slapen. Geen idee of ze een rol als beheerder hebben, we laten ze maar lekker genieten van hun siësta. Verder niemand die naar ons omkijkt. Geen selfies, geen ‘where are you from’. We weten niet wat we meemaken en bewonderen op ons gemak deze bakstenen chala exemplaren. Ook hier zijn de reliëfs in de muren van de oneindige hoeveelheid hindoeïstische goden en mythes uit terracotta gehouwen. Het is een vreemde combinatie van een wat robuuste en tegelijkertijd delicate uitstraling. De daken hebben dezelfde vorm als de traditionele huizen.

Iets verderop staat ook hier een Brindaban Mandir, gewijd aan Krishna. De hoge toren steekt overal boven uit. Het ziet er veelbelovend uit en we willen er graag doorheen dwalen. Echter, dan hadden we vroeger moeten vertrekken. De tempel is enkel ‘s morgens open en de sleutel houder is er niet. De poort gaat niet open, zelfs niet voor de twee vreemdelingen die hier hoogstwaarschijnlijk één keer in hun leven zullen zijn.

Gelukkig blijken er ook verborgen pareltjes te zijn en deze worden vol overgave aan ons getoond. Mooi bewerkte tempels, direct achter een oude kale muur. Binnenplaatsen die opgeknapt worden. Prachtig bewerkte deuren, mooie offer plekken in achteraf steegjes, het kan niet op. Het is ons duidelijk dat hier nog dagelijks rituelen plaatsvinden. In de verte horen we inderdaad drums van -een optocht. Wie weet wordt er een God van de ene naar de andere tempel gedragen of is er speciale ceremonie om de goden te eren. De paar mensen op het stoffige plein praten echter rustig door.

Later lees ik dat het dorp in de loop der tijd een aanzienlijke invloed heeft ondergaan van lokale rijke families. Stuk voor stuk betrokken bij de oprichting, het onderhoud en de versiering van de tempels. Naast de spirituele en culturele betekenis is er dus ook nog een historische verbondenheid met de meer welvarende families uit de regio. Velen hebben schenkingen gedaan in de vorm van terracotta werk, marmerelementen en stenen beelden die de tempels versieren. Ik denk dat we slechts een glimp hebben gezien en dat er nog veel meer verborgen schatten zijn. Wie weet is er zelfs wel een historische gids die Engels spreekt. Iemand die door de generaties heen de legendes, verhalen en tradities kan delen? Wellicht een tip voor de eventuele geïnspireerde lezer om dit vooraf te regelen… Bablu weet nu in ieder geval de weg. Én, het best dus plassen voordat je bij Barista beland. De flat white is er echter prima! Evenals de Afghaanse kip tandoori iets verderop in de straat. De ‘food tour’ van Kalyani kun je desgewenst eindigen bij Chai Adda. Een straat tentje waar het altijd druk is. Geen diepzinnige en urenlange adda’s, wel lekkere thee.
