learn to ride at the perfect spot…

Boracay, de laatste bestemming voordat de terugreis begint. Een eilandje ten noorden van het eiland Panay en met z’n witte stranden duidelijk dé toeristische trekpleister van de Filippijnen. Verblijf aldaar iets langer dan de bedoeling doordat ik zo slim was om te vergeten om het vooraf geboekte bungalowtje tijdig deels te annuleren. Enerzijds jammer want dat betekent dat ik Donsol, en daarmee de walvishaaien, niet heb zien, anderzijds is het ook wel relaxed. En eerlijk is eerlijk, de dagen zijn omgevlogen, had er zelfs zo nog wat dagen aan willen plakken! En tja, wat heb ik gedaan?

Prachtige zonsondergangen bekeken met een gin tonic in m’n hand, alle dagen anders (die zonsondergang, de gin-tonic was redelijk stabiel) en alle dagen mooi. Strandjes bekeken, gekeurd en uitgeprobeerd, beetje lezen, beetje in het water dobberen, naar het uitzichtpunt geklauterd, mega kreeften op de wet market bewonderd en… ja ja… een poging tot kiten gedaan. Aangezien mijn bungalowtje echt om de hoek van Bulabog Beach lag kon je er haast niet omheen en ik had ook wel zin in iets actiefs.

Maar.. dat viel helemáál nog niet mee. Bij de ‘intake’ werd al snel duidelijk dat ik niveau -1 had, al werd dat natuurlijk niet met zoveel woorden gezegd. Want a) nog nooit een kite vastgehouden, dus niveau 0 en b) ‘zelfs’ nog nooit iets als snowboarden gedaan, hetgeen minpunten opleverde. Kortom, duidelijk gevalletje fase 2 kwadrant van Ofman: Bewust Onbekwaam. Geen nood, ik zou in een paar dagen heus wel naar bewust bekwaam komen, of misschien wel naar onbewust bekwaam. Dacht ik… Even vergetende dat men niet voor niets sites als windguru nauwgezet in de gaten houdt en dat einde seizoen niet voor niets einde seizoen is. Wind in combinatie met het juiste tij bleek dus een lastige te zijn, en het kiten zelf overigens eveneens.

Ik kan inmiddels wel uit ervaring mededelen dat body dragging / power strokes oefenen best heel leuk is (als je eenmaal beetje door hebt hoe het werkt) maar niet als je lichaam alle oneffenheden van de zeebodem ‘ervaart’ (incl zee egel) omdat het laag tij is. En dat je kite uit het water zien te krijgen zonder al te veel wind ook best veel geduld vergt. En ja, die kite lag nu eenmaal met regelmaat in het water, ik zal het niet mooier maken dan het was. Desalniettemin veel gelachen en de basisprincipes meegekregen. En er komt een dag dat ik in de laatste fase zit, onbewust bekwaam, maar wanneer?? Vooralsnog nog wat lettertjes op m’n IKO card af te vinken.

Naast al dat sportieve gedoe raakte ik ergens op een strandje elke dag wel aan de praat met een of meerdere bewoners van Boracay zelf. Van visser tot metselaar tot Jehova getuige, ik zeg; je kunt er maar wat variatie inhouden. Al stelde die laatste, overigens zeer aardige, meneer wel lastige vragen. Van die vragen waarbij je even time out zou willen om te googlen. Want wie weet er nu uit z’n hoofd hoeveel Jehova getuigen er in Nederland zijn? Hoeveel kleiner NL is ten opzichte van de Filippijnen? Ons BNP? Wat ons werkeloosheidspercentage is (bingo, die wist ik, puntje gescoord) en waarom ik geen trits kinderen had (die wist ik ook).

Een ieder van hen, ongeacht achtergrond of beroep, weet me te vertellen hoe Boracay vroeger was, en stuk voor stuk maken ze zich zorgen over de toekomst. En terecht! Want hoeveel drukte en vervuiling kan een eiland van slechts 9 km lang nog handelen? De environment tax, te betalen door iedereen die het eiland betreedt, is recentelijk verhoogd van 50 naar 75 pesos, maar die €1,30 zet natuurlijk weinig zoden aan de dijk, laat staan dat het mensen weerhoudt om naar het eiland te komen. Bovendien is er geen transparantie aangaande de besteding van dit geld (ik voorzie op korte termijn Kamervragen) en houdt lang niet iedereen zich aan de bouwlimiet, zelfs niet nu deze al van twee naar vier verdiepingen hoog is gegaan.

Ik besef dat ik het nu in de topdrukte (Holy week) meemaak en dus mogelijk een wat vertekend beeld heb maar desalniettemin snap ik héél goed wat men bedoeld. Alle hotels zitten bomvol met Koreanen, Chinezen en Filippijnen. Europeanen zijn duidelijk ver in de minderheid. Overigens ook wel weer interessant om de verschillen te zien hoe zij hun vakantie vieren. Mobieltjes standaard in de hand, volop fotocamera’s die continu lijken te klikken (met statief op strand is ook erg populair), elkaar ingraven in het zand en ’s avonds massaal bij de legio ‘all you can eat’ restaurants op het strand.

Er zijn echt super mooie stranden maar je moet er even voor lopen want tussen boat landing 1 en 3 is White Beach simpelweg een overbevolkt gekkenhuis en zeker niet mijn favoriet. Er is daar wel volop keuze aan restaurantjes en voedsel, van foie gras met champagne tot burgers met bier en gelukkig ook alles wat zich daar tussen bevindt, al vind ik de echte lokale keuken in vergelijking met andere Aziatische landen wat matig, voor zover ik dat natuurlijk na slechts een paar weken kan beoordelen. Adobo, zo’n beetje het nationale kip of vlees gerecht is wel aardig maar alle halo-halo variaties laat ik graag aan me voorbij gaan. Halo-halo betekent mix-mix en is een nagerecht maar vooral ook een tussendoortje. Enige standaardisatie van recept heb ik niet kunnen ontdekken maar het zag er altijd bijzonder onaantrekkelijk uit. Ze gooien bonen of kikkererwten samen met fruit, veel suiker, geschaafd ijs en gezoete melk door elkaar (en al wat ze voorhanden hebben, zag er ook pindakaas en gewone kaas in verdwijnen) en eten dit uiterst tevreden en met smaak op. Soort combi van Amerikaanse fastfood en lokale smaken, misschien zelfs nog wat Spaanse invloeden? Ik weet het niet maar hield me er ieder geval verre van en koos voor de verse fruit shakes.


Naast al dat eten en de souvenirs kraampjes is er ook muziek voor iedere stemming voorradig. Van keiharde house en de iTunes top 10 (Ai Se Eu Te Pego is mateloos populair) tot iemand die op een gitaartje ergens op het strand zit te kokkelen.

En als je dan ’s avonds via je rustige strandje weer via die enorme drukte weer terug loopt naar je bungalowtje en je loopt door het smalle steegje dan wordt het weer stiller en stiller. Alleen nog maar geluiden van de mensen die er wonen, zachtjes pratend voor hun hutje (huisje is veelal een wat te groot woord), soms met wat flarden muziek of een televisie op de achtergrond. Veel zeggen na een weekje ook gedag of lachen ten minimale. En hoe dichter ik ‘thuis’ nader, hoe dichter ik ook Bulabog Beach nader en je voelt de wind steeds beter. Eerst niets, dan een voorzichtig briesje en dan wordt het zo aantrekkelijk dat ik elke avond nog even die 50 m doorloop en op het stille strand aldaar nog even geniet. De laatste avond is het volle maan en alsof het zo moet zijn varen er een stuk of drie kiters in het maanlicht. Je hoort alleen de zee en ziet alleen het maanlicht, haast magisch en een mooi afscheid.

Na een interne vlucht via Kalibo (vliegveld met borden gemaakt van geplastificeerde A – 4tjes) kom ik weer aan in steaming hot Manilla alwaar ik de laatst dag benut door nog een bezoekje te brengen aan de Chinese begraafplaats.
Tsjonge, sommige graven waren groter dan mijn gemiddelde hotelkamer. Zelfs ééntje met airco.. of wat dacht je van een extra ruimte die als parkeerplaats kan dienen voor de nabestaanden? The rich & famous maakten/maken er hier duidelijk geen half werk van. De eigenaresse van Zest Air, een van de lokale vliegtuigmaatschappijen (“ZestAir; the most refreshing airline, with lots of Zestinations”, aldus de slogan), was net gearriveerd in haar nieuwe onderkomen, leek verdorie wel een modern huis met helemaal geen slecht design. Kon het niet nalaten om na te vragen hoe ze om het leven was gekomen, aangezien ik net een vlucht met deze maatschappij achter de rug had, maar het was simpelweg ouderdom.

De begraafplaats zelf is zo groot dat er een straatplan is en je ziet de voorkeuren van de overledenen terug in de offers. San Miquel Light voor een jongen van slechts 20 en pinda’s met adobe smaak voor een dame van 59. Een gids die wijst op deze details en bovendien zowel de weg als vele historische feiten weet was geen overbodige luxe, ook al kostte deze 1½ uur durende prive tour 10x zoveel als m’n retourtje met de light rail, maar dat is dan ook niet zo prijzig hier. En zoveel klanten had hij niet, althans, niet op het moment dat ik er was. Al met al indrukwekkend om te zien. Leuk was trouwens ook het wandelingetje van het Light Rail Station naar de begraafplaats, dwars door smalle straatjes, langs eetkraampjes (nee, geen balut eieren deze keer) en winkeltjes. Veel armoede, heel veel, maar ook veel lachende mensen en vrolijke kindertjes, vriendelijkheid alom en ze wezen me ook nog in de goede richting, wat wil je nog meer.

Een prima einde van een mooie reis. Ik vond het heerlijk om weer terug te zijn in Azië, de sfeer en cultuur past me geloof ik toch beter dan die van Zuid-Amerika. Ik zou hier zomaar nog eens terug kunnen komen, nog meer dan voldoende eilanden die ik graag zou willen ontdekken en ervaren, bovendien is er natuurlijk nog die gemiste walvishaai, alleen dat is al een reden!

walvishaai donsol

Paalam na hô! 
Ik ga m’n spullen bij elkaar rapen, van een laatste buko shake genieten en stap daarna in de taxi richting vliegveld om via een nachtelijke tussenstop van 9 uur in Dubai uiteindelijk door te vliegen naar Nederland. De vliegtuigen hier hebben overigens duidelijke aanwijzingen mocht er iets mis gaan, geeft een extra veilig gevoel.

 

2018-12-30 22_13_09-Learn to ride at the perfect spot… - Reisverslag uit Manilla, Filipijnen van YFR

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s