brutale aap en heilige koe

… of eigenlijk zou de titel meervoud moeten zijn, want het was een hele familie apen die ons in de middag een bezoek bracht en aan heilige koeien ook geen gebrek.

Ik, geen held met apen, tenzij ze nog heel klein zijn, schrik me echt rot wanneer er twee flinke exemplaren opeens op de eeuwenoude rand van ‘ons’ terras zitten, precies daar waar wij graag willen passeren. Het zal mijn vrije vertaling van apengedrag zijn, maar wanneer ik hem aankijk trekt hij z’n lippen op, laat z’n tanden zien en lijkt hij me uit te lachen, of wellicht uit te dagen? Hoe dan ook, het duurt even voordat ik ze durf te passeren. De kleintjes arriveren ook al snel en ze spelen en slingeren door de bomen rondom het terras. Zo op een afstand vind ik het natuurlijk wel leuk, tezamen met de eekhoorntjes die ook regelmatig langs komen, maar te dichtbij geeft me de bibbers, angst om gebeten of gekrabd te worden. Zal wel in een vorig leven gebeurd zijn, hoogstwaarschijnlijk tegelijk met een aanval van een slang…

Later blijkt dat de apen hier eigenlijk overal wel zijn, onder andere lui wachtend bovenop geparkeerde auto’s, simpelweg omdat ze overgebleven chapati’s krijgen. Dat helpt natuurlijk niet om ze op afstand te houden, en zo dopen we ze maar tot ‘de brutale apen van M.P.’.

Onze avondwandeling het dorp in is gelukkig altijd relaxed en bovenal zonder apen. Maheswhar is oprecht een ‘slow paced town’. De chai in de kleine glaasjes langs de rand van de weg is heerlijk. De attente verkoper geeft ons een glaasje in een glaasje zodat we onze vingers niet branden. De kapper, tegelijk ook verkoper van allerhande plastic artikelen, zwaait vriendelijk en Joris besluit maar meteen tot een knipbeurt. Ik neem plaats buiten op het houten bankje, naast z’n vader die daar blijkbaar elke avond om 8 uur de krant leest. Hij geeft ‘m vriendelijk aan mij, maar helaas ben ik het Hindi nog niet geheel vaardig, geheel niet eigenlijk. Het knippen en scheren is men in ieder geval vaardig. Vakwerk, de massage eveneens. Uiteindelijk krijg ook ik een hoofdmassage. Een fijne en onverwachte traktatie, al kom ik daar later wel van terug. Want om de olie uit m’n haar te krijgen met het miezerige straaltje water van de douche is nog geen sinecure.

Onderweg naar Omkareshwar

Voor 60 roepies p.p. (€0,75) krijgen we bijna 2 uur vertier. We zijn de enige niet-Indiërs in de bus en gezelligheid alom. Kleurrijke vrouwen in hun sari’s, mannen met enorme tulbanden, stoere schoolkinderen en natuurlijk alle kleine kindjes, vaak op blote voetjes, maar reeds met rinkelende enkelbandjes en zwarte kohl rondom de ogen. Allemaal vinden ze ons interessant, hetzelfde principe geldt vice versa. Overigens blijkt dat Joris eveneens op z’n blote voeten rondloopt. We moeten opeens overstappen en het is zoeken naar z’n schoenen, die blijken nog bij de stoel achter ons te liggen. Hij past zich snel aan.

De goed Engelssprekende jongen naast mij werkt voor een Indiase staalbedrijf. “Binnen 3 jaar zijn we even groot als Tata Steel”. Zie mijn vorige blog, aan gretigheid geen gebrek… Nu reduceert Tata momenteel behoorlijk, toch lijkt het een ambitieus plan want overnames gaan ze niet doen. Hij reist nu 7 uur met zijn maatje om zijn vrije avond door te brengen in Omkareswhar, deelt zijn nootjes met ons en gaat me volgen op Instagram. Vervolgens geeft mijn tengere buurvrouw aan de andere zijde me wat soorten fruit. Lekker met zout en peper, aldus mijn vertalende engineer op rechts. Aan voedsel geen gebrek. Ondertussen passeren we een mini kamelen markt, vele ossenkarren, schaapherders met hun kuddes, marktjes, en natuurlijk ontelbare brommers en andere busjes. Stuk voor stuk kleurig versierd, al dan niet bedekt door een laagje stof want als er al asfalt is dan langszij droge aarde. Ik snap ook nooit de logica van de witte was wat overal te drogen hangt. En wat een heerlijkheid toch dat dit de enige gedachten zijn om mee bezig te zijn.

Al met al arriveren we zo’n 2 uurtjes later in Barwah alwaar een Tempo (iniemini busje) klaarstaat om ons het laatste stukje richting Omkareshwar te brengen. Totale kosten van deur tot deur voor 2 personen is 320 rupees, ongerekend € 2,75 !

Manu en het Ohm-vormige eiland

Manu guesthouse (@L+P: jawel, duidelijk voor de naam gevallen, moet wel een leuke plek zijn dachten we) blijkt op het eiland van het stadje te liggen. De oude brug over, wat smalle paadjes links en rechts en dan aan het einde een hoge steile trap. Geen bordjes, geen getekende pijl op een muur, niets. No clue where to go, maar er is gelukkig altijd een helpende hand die de weg wijst. Misschien niet altijd even duidelijk, maar we komen er.

Eenmaal bij Manu leven we samen met de familie. Hij vertelt dat deze plek reeds generaties oud is. Hij is er dus ook zelf geboren. Toen was het nog van klei en hout, nu een betonnen constructie en hij is zelfs bezig met uitbreiding. Tenslotte doen zijn drie zoons ook aan familie uitbreiding en dan wordt het allemaal wat te klein. Als er geen gasten zijn gebruiken ze de extra kamertjes. Het onderkomen is heel eenvoudig zonder enige opsmuk, overdag is hij ook nog kleermaker, hij heeft een winkeltje aan de overkant. We komen er achter dat er een groot verschil is tussen het eiland en de overkant. Zo is er bijvoorbeeld geen toiletpapier te verkrijgen op het eiland, de toiletten raken er alleen maar verstopt door. Ook tissues om je neus te snuiten worden schijnbaar als nutteloos gezien. Niet te koop.. De definitie van nutteloos wordt cultureel bepaald.

Gedurende de avond komen stuk voor stuk de zonen van Manu zich voorstellen. Degene met polio vertelt trots dat hij bij de bank werkt. Er is één bank met één ATM in het plaatsje van toch zo’n 12.000 inwoners. Echter, ATM wordt eigenlijk alleen door toeristen gebruikt en die zijn er amper. Ook internet wordt door Manu als een totaal overbodige luxe beschouwd. Eventuele gasten komen gewoon opdagen, iets wat natuurlijk nog niet zo heel lang geleden sowieso de standaard was (al wil je deze trappen niet voor niets bestijgen dus ik denk dat de meesten wel blijven, ongeacht of de ‘bezichtiging’ bevalt of niet..).

We kiezen hier voor een kleine kamer, eigenlijk bedoeld voor 1 persoon maar met een raam, of eigenlijk een venster met tralies zonder glas. Het dunne matrasje baart wat zorgen, er wordt wel op verzoek een laken gebracht, ziet er al een stuk frisser uit..

Douche gelegenheid beneden is schoon, met stromend water dus geen emmers nodig, De absolute premium is echter het terras voor de deur, wat we uiteraard delen met de familie. En ja, die steile trap, die overigens per dag minder steil lijkt, zorgt natuurlijk voor een super uitzicht! We zitten nog steeds aan dezelfde heilige rivier en hier veel pelgrims en sadhus. Het plaatsje doet me een beetje denken aan Haridwar en Rishikesh ook al betreft dat de Ganges en niet de Narmada. Het idee is hetzelfde, de mannen nemen een bad en men vult kleine jerrycans met het heilige rivierwater. In ruil wordt er druk geofferd aan en in de rivier.

Gelijk aan Maheshwar is het aantal brutale apen en ook hier ‘s nachts een balkende ezel (zou hij meegereisd zijn?), dit keer gecomplementeerd met een koor van blaffende honden en het regelmatig terugkerende luchtalarm. Het laatste blijkt geen sein tot evacuatie, maar heeft te maken met de nabij gelegen stuwdam en het feit dat het water zal stijgen. Wel attent dat een van de drie broers dit even kwam melden. Kortom, we slapen weer ‘rustig’ verder..

geen yatris, toch de parikrama

De parikrama (vrij vertaald pelgrimsroute) over het eiland is eenvoudig te volgen, om de 100 meter staat een bordje met daarop vermeld hoe ver je bent. We stappen het water in op het uiterste puntje van het eiland, bij Sangam Ghat. De zon gaat onder, de stalletjes zijn reeds onbemand en de sadhus zijn verdwenen. Rust alom; timing is everything.

Vervolgens weer omhoog, een pad langs vele kampvuurtjes en spelende kinderen – badminton is populair – leidt ons naar de mooie Gaudi Somnath Tempel. Uit de 11e eeuw met een mega Shiva lingam. Ik weet niet hoeveel lingams we nu al gezien hebben, ze zijn hier overal en stuk voor stuk belangrijk. Na het, best wel lelijke, 30 meter hoge Shiva beeld houden we het voor gezien en pakken we de shortcut, paar honderd treden naar beneden en we zijn weer bij ons guesthouse, daar waar de home made thali op ons wacht.

Geen menu, geen keuzestress. Er schijnt één andere gast te zijn maar die zien we niet. Sowieso geen westerse toerist gezien, gelijk aan Maheshwar, we zitten duidelijk off the beaten track. Wat overigens ook de zoekterm was toen we weer naar India wilden. Missie completed (so far).

Echter, het mooiste van Omkareshwar is toch wel de ochtendwandeling. Manu had wat tips gegeven en in alle vroegte staan we bij de prachtige bewerkte Siddhanath tempel, de opkomende zon zorgt voor mooi licht en we hebben wederom het rijk alleen.

Even later lopen we het voormalige paleis binnen en weer wat later slenteren we langs de steeds drukker wordende waterkant. Daar waar de vrouwen hun kleding en haren wassen, waarschijnlijk worden tegelijkertijd de laatste roddels doorgenomen. Wij daarentegen nemen nog maar een chai. Ons kennis van het Hindi is inmiddels dusdanig gevorderd dat we de hoeveelheid suiker kunnen beperken dus het wordt alleen maar beter.

We zijn klaar voor de terugtocht, blij met het besluit deze pelgrimsstad in de planning opgenomen te hebben. Beschreven op slechts één bladzijde in de 1246 pagina’s tellende L.P. India gids. Misschien juist daarom zo bijzonder?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s