skyscraper national park

I am in a New York state of mind.

En het is een heerlijk, bijna bedwelmend gevoel. Mijn dagen in deze stad hebben een even simpel als strak ritme: lopen, lopen, en nog eens lopen. Daarnaast kijken, proeven en vooral absorberen. En, alsof de weergoden iets goed te maken hebben, intens genieten van de zon. De New Yorkse zomer scheen dit jaar dramatisch slecht te zijn geweest, maar deze week, slechts enkele dagen na de storm van orkaan Irene, is de stad herrezen in een fabelachtige nazomer. Zesentwintig graden en een strakblauwe lucht. Manhattan toont zich van haar meest verleidelijke kant.

In een moordend tempo doorkruis ik de topografie van de stad. Ik ‘doe’ SoHo, waar ik me vergaap aan de monumentale negentiende-eeuwse cast-iron architectuur en de karakteristieke bakstenen gevels die ooit fabrieken huisvestten en nu het decor vormen voor onbetaalbare boetieks. Ik dwaal door de lome, schaduwrijke straten van Greenwich Village en beland in het Meatpacking District, waar de industriële pakhuizen transformeren tot hippe filmsets. Chinatown is een zintuiglijke overprikkeling, Little Italy daarentegen is wel érg little geworden, een gecommercialiseerd relict van amper twee straten, langzaam opgeslokt door haar Aziatische buren.

Tussendoor vergelijk ik het neogotische Grace Church met de monumentale St. Patrick’s Cathedral, en offer ik mezelf op aan de popcultuur bij de Magnolia Bakery. Terwijl ik in de rij sta voor een belachelijk geprijsde cupcake, lees ik dat deze zaak haar iconische status puur te danken heeft aan een scène van dertig seconden in Sex and the City. Ik concludeer dat ik wellicht toch vaker de televisie moet aanzetten om deze moderne pelgrimsoorden te begrijpen.

Gelukkig biedt Washington Square Park direct daarna de nodige nuchterheid. Ik bengel met mijn voeten in de centrale fontein en observeer het schouwspel om me heen. Ik ontbijt bij mijn favoriete Le Pain Quotidien. De milde ironie dat ik helemaal naar New York moet reizen om met Franse chansons op de achtergrond het succesverhaal van de Belgische oprichter Alain Coumont te lezen, ontgaat me niet, maar de koffie is het waard. Later slenter ik door het MoMA, vergaap me aan de kathedraal-achtige grandeur van de Rose Main Reading Room in de New York Public Library, en sta even later op de 70e verdieping van het Rockefeller Center. Het uitzicht vanaf Top of the Rock is, om in lokaal jargon te blijven, inderdaad ‘ridiculously amazing’. Ik twijfel nog even bij de legendarische Oyster Bar in Grand Central Station, maar elf uur ’s ochtends is zelfs voor mij een ietwat excentriek tijdstip voor een dozijn oesters. Fifth Avenue krijgt een plichtsgetrouwe groet, maar de echte magie vind ik aan de overkant van de rivier: het Brooklyn Bridge Park. Met een smeltend ijsje in het gras liggen terwijl er in de zwoele avondlucht een film op een gigantisch scherm wordt geprojecteerd, met de flikkerende skyline van Manhattan als onbetaalbaar behang… Er zijn slechtere manieren om de tijd te verdrijven.

de trappen van Ellis Island
Ik ruil de romantiek in voor een rauwer stukje Amerikaanse geschiedenis: Ellis Island en het Immigration Museum. Tussen 1892 en 1954 trokken hier ruim twaalf miljoen hoopvolle zielen door de poorten, op zoek naar de Amerikaanse Droom. Terwijl ikzelf al lichte neigingen tot zeeziekte begin te vertonen tijdens het ultrakorte boottochtje vanaf Battery Park, probeer ik me de psychologische impact van hun wekenlange, claustrofobische oceaanstomers voor te stellen. Voor mij als inmiddels toch een beetje Rotterdamse krijgt dit eiland bovendien een heel directe betekenis. Een enorm deel van deze landverhuizers stapte destijds aan de Wilhelminakade op de schepen van de Holland-Amerika Lijn.

Mijn absolute favoriet in het museum is de anekdote over een Pools-Joods meisje uit 1917. Tijdens de beruchte, vaak arbitraire medische en cognitieve keuringen kreeg zij van een norse psycholoog de strikvraag: “How do you wash stairs, from the top or from the bottom?” Haar scherpe, even trotse als pragmatische antwoord: “I didn’t come to America to wash stairs.” Kijk, met zo’n mentaliteit overleef je in New York!

soul food en snoop dogg
Na een middag vol esthetische bezinning in het Metropolitan Museum of Art besluit ik dat mijn laatste avond een waardig slotakkoord verdient. Ik zoek het noordelijker op: Harlem. Het doel? Authentieke soul food en live jazz.

De soul food vind ik op een waanzinnig levendig terras, waar ik binnen een kwartier het gevoel heb dat ik figurant ben geworden in een film van Spike Lee. Mijn Afro-Amerikaanse buurman besluit terstond mijn muziekkennis te testen. Tot zijn milde verbazing, en eerlijk gezegd ook die van mezelf, doorsta ik de vuurdoop glansrijk. Blijkbaar zit mijn brein vol met historische soul- en r&b-klassiekers. De serveerster behoedt me vervolgens ternauwernood voor een culinaire misstap door me vriendelijk te melden dat de ‘lokale specialiteit’ die ik blind wil bestellen hoofdzakelijk uit gefrituurd orgaanvlees bestaat. Het worden de black-eyed peas. Ze zagen het een tafeltje verder gebeuren en liggen in een deuk. Over muziek gesproken: van die specifieke band had mijn muzikale buurman dan weer opvallend weinig kaas gegeten.

Ondertussen geniet ik zelf ook schaamteloos van de conversaties om me heen. Pal naast me zit een stel dat rechtstreeks gecast had kunnen worden: hij is een imposante, ietwat angstaanjagende Snoop Dogg look-a-like, zij een beeldschone kruising tussen Erykah Badu en Corinne Bailey Rae. Zij wil proosten op de avond, hij weigert categorisch. Er ontstaat een bloedserieuze, theatrale discussie over dit vloeibare ritueel. “I’m not a sissy!” sist hij door de r&b-muziek heen. Ze ziet me kijken, schenkt me een veelzeggende blik en geeft hem vervolgens luidkeels en zonder pardon de wind van voren. Het resultaat? Bij de volgende cocktail wordt er door de gerespecteerde tough guy toch echt heel braaf geproost. Ze kijkt me triomfantelijk aan. She’s the boss, zoveel is duidelijk.

De live jazz in de buurt begint helaas pas ruim na elf uur ’s avonds. De straten van Harlem zijn me na middernacht nog net iets te onvoorspelbaar om er als soloreiziger in het diepe duister op goed geluk doorheen te dwalen. Ik kies eieren voor mijn geld en zoek mijn hotel op voor een goede nacht slaap. Dat laatste blijkt een utopie: de hotelkamers mogen dan prima zijn, de muren zijn van board karton en de buren vieren tot vijf uur ’s ochtends een luidruchtig feestje.

valse toonladders aan de Hudson
Ondanks de chronische slapeloosheid sta ik vroeg op om de laatste ochtend uit te persen. Ik wandel over de indrukwekkende campus van Columbia University. Toch bijzonder om te bedenken dat Barack Obama hier dertig jaar geleden in de collegebanken zat, ook bekijk ik de gigantische St. John the Divine-kathedraal.

Ik sluit mijn reis af in het nabijgelegen Riverside Park. In de ochtendzon installeer ik me op een bankje met een goede koffie. Een man een paar meter verderop pakt plechtig zijn saxofoon uit zijn koffer. Ik bereid me voor op een filmisch New York-moment, maar helaas bevindt zijn muzikale carrière zich overduidelijk nog in een pijnlijk embryonaal stadium. Na de zoveelste haperende, intens valse toonladder werpt een passerende oudere New Yorker mij een blik van puur medeleven toe. Zonder een woord te wisselen staan we synchroon, met een brede glimlach, op van onze bankjes. Sommige dromen moeten simpelweg nog even rijpen. Het uitzicht op de kabbelende Hudsonrivier maakt gelukkig veel goed.

Op weg naar het vliegveld schalt Alicia Keys weer door mijn oordopjes: “These streets will make you feel brand new, big lights will inspire you.” Het is een cliché, maar het is waar. New York is een bestemming die onherroepelijk vraagt om een vervolg. Mijn lijstje voor de volgende keer is al klaar: het Guggenheim van binnen bekijken, een Classic with a twist tosti scoren bij de Milk Truck, een gospelkerkdienst bijwonen in de Abyssinian Baptist Church, een jazz-jamsessie in Showman’s beleven, en lunchen op het terras van Pastis als er wél plek is.

Wanneer valt de volgende ticket-aanbieding in mijn mailbox?
“I’ve got a pocketful of dreams

high line park

Plaats een reactie