wat een stad!

Anderhalve week geleden boekte ik spontaan een ticket. Drie uur later luidde het NOS Journaal de noodtoestand uit: orkaan Irene was in aantocht. Altijd fijn wanneer je je hotel non-refundable hebt vastgelegd. Gelukkig bleek Irene achteraf meer headline-honger dan daadwerkelijke verwoestingsdrang te hebben, ze liet de stad grotendeels met rust en trok op tijd weer weg. Niets stond mijn eerste, onversneden New York-ervaring nog in de weg.

If you can’t make it here…

De toon wordt direct gezet tijdens de reis. Een overstap van twee uur in Philadelphia blijkt in een post-9/11-Amerika een bureaucratische hordenloop, met welgeteld vijf minuten speling haal ik zwetend mijn aansluitende vlucht. Maar eenmaal in de M60 bus vanaf het vliegveld naar Manhattan, rijdend door Harlem, zak ik terug in de stoel. De bus zit stampvol en het is mijn eerste, ongevraagde introductie tot het New Yorkse straattheater.

De vlam slaat in de pan wanneer twee bro’s weigeren te betalen en de chauffeur de bus resoluut langs de kant zet. Er ontstaat een heerlijk ongemakkelijke patstelling, die vakkundig wordt doorbroken door een delegatie vermoeide big mama’s die naar hun kinderen willen. Met een verbale overmacht waar de gemiddelde VN-vredesmacht nog wat van kan leren, schreeuwen ze de jongens de bus uit. ‘ Don’t mess with them’. Persoonlijk hield ik mijn adem in, de jongens hadden zo weg kunnen lopen uit die straatdocumentaire Lost Boys.

Mijn buurvrouw in de bus, een praatgrage dame genaamd Brooks, kijkt me koelbloedig aan en dropt alvast een onvervalst tegeltje: ”The city that never sleeps, sleeps since 9/11.” Een binnenkomer. Ik besluit dat het beter is om het existentiële debat hier in de volle bus te vermijden, zet mijn iPod op en laat Jay-Z en Alicia Keys de soundtrack van mijn aankomst bepalen.

Wanneer ik diezelfde avond, na een eerste verkennende wandeling door Central Park, op een terras aan Broadway zit te nippen van een drankje, landt het pas echt. Dat is de pure luxe van de last-minute: tot gisteren zat ik nog in de waan van de dag op mijn werk, nu zit ik hier. Alleen. Te kijken naar een stad die groter is dan het leven zelf…

Als ik even later na een wandeling door Central Park op een terrasje op Broadway zit, kan ik amper geloven dat ik er echt zit. Dat is het leuke van last minute boeken en tot het laatste moment doorwerken, voor je het weet ben je er dan ook opeens.

schoonmakers en sportschoenen
De volgende ochtend eist de jetlag zijn tol, maar de adrenaline compenseert alles. Met een veel te grote cappuccino in de hand neem ik de metro naar Brooklyn. De wijk ademt een lome, bijna slaperige rust uit die in schril contrast staat met het oververhitte Manhattan aan de overkant. Bij de historische Plymouth Church raak ik in gesprek met de schoonmaker. Hij vertelt vol trots over de abolitionistische geschiedenis van zijn kerk: dit was de plek waar de bekende predikant Henry Ward Beecher preekte tegen de slavernij en waar zijn zus, Harriet Beecher Stowe, de inspiratie opdeed voor haar beroemde sleutelroman Uncle Tom’s Cabin. Geschiedenis ligt hier gewoon op de stoep, mits je de tijd neemt om erom te vragen.

Die rust laat ik snel achter me wanneer ik te voet de Brooklyn Bridge oversteek, rechtstreeks de hectiek van Lower Manhattan in. Op aanraden van het thuisfront had ik de Linda New York special doorgebladerd en de mythe blijkt op Wall Street volkomen waar. Drommen ambitieuze zakenvrouwen haasten zich over de kasseien op felgekleurde hardloopschoenen onder hun strakke mantelpakjes, de onvermijdelijke designhakken strategisch weggestopt in de tas. Ik slipper er in mijn vakantiemodus vrolijk tussendoor en sta even stil bij de New York Stock Exchange. Het blijft een fascinerend idee dat de abstracte cijfers die hier binnen worden rondgeschreeuwd, bepalen of de rest van de wereld die avond warm eet.

de schaduw van de torens
Nog geen driehonderd meter verderop stort de kapitalistische dynamiek echter volledig in elkaar. Ik sta oog in oog met Ground Zero. Het is augustus 2011 en over krap twee weken wordt de tiende verjaardag van de aanslagen herdacht. Het hele terrein is nog één grote, gapende bouwput waar de Freedom Tower langzaam uit de as omhoog kruipt. Ik ga op de stoeprand zitten en blijf er denk ik wel een uur roerloos kijken. Terwijl de bouwvakkers zwoegen, trekken er boven me continu passagiersvliegtuigen door de strakblauwe lucht. Het levert een even bizar als beklemmend gevoel op.

Om de melancholie wat van me af te schudden neem ik een diepe teug lucht. Een liedje van Acda en de Munnik nestelt zich als een mantra in mijn hoofd:

“Ik ga lopen, ik ga lopen tot de zon komt,
Ik ga weg
Tot de zon me achterhaalt.
Lopen tot de zon komt
Tot ie straalt

En dat is precies wat ik doe. Kilometers maken.

Wat me gaandeweg opvalt, is hoe ingenieus deze stad ontspanning weet te organiseren te midden van de betonwoestijn. Overal duiken parken op waar de New Yorkers schaamteloos genieten van het bizar goede nazomerweer. Kinderen die door fonteinen rennen, straatmuzikanten die de sterren van de hemel spelen, oude mannetjes die elkaar fanatiek matten boven een schaakbord en skaters die de wetten van de zwaartekracht tarten.

2018-12-26 22_40_13-WAT EEN STAD!! - Reisverslag uit Washington, D. C., Verenigde Staten van YFR - W

de koningin en de grande dame
Bryant Park en het gloednieuwe High Line Park schieten meteen mijn persoonlijke top tien binnen. Hulde aan de visionair die bedacht om een oud, industrieel spoorviaduct om te toveren tot een groene oase op tien meter hoogte. Rotterdam doet met de Hofbogen en het Luchtpark Hofplein tegenwoordig voorzichtige pogingen om dit concept in het klein na te bootsen, maar hier in Manhattan zorgen de astronomische budgetten van de vele private stichtingen ervoor dat zo’n park tot in de absolute perfectie wordt onderhouden. In Nederland missen we simpelweg de schaal, en misschien ook wel de overweldigende dynamiek van de wolkenkrabbers die als gigantische muren om je heen torenen.

De High Line blijft dan ook de onbetwiste koningin van de stedelijke transformatie. Hoewel, ‘koningin’? Eigenlijk moet die eer naar de échte grande dame: Parijs. Al in 1993, ruim zestien jaar voordat New York überhaupt één grasspriet op het spoor plantte, transformeerden de Parijzenaren hun oude spoorviaduct al tot de Promenade Plantée. New York injecteerde het concept vervolgens met een flinke dosis Amerikaanse marketing en kapitaalkracht, waarna het idee wereldwijd viraal ging. Van Chicago tot Seoul: overal ter wereld zoeken steden het tegenwoordig hogerop. Maar nergens vind je die specifieke, adembenemende diepte van de canyons zoals hier in Manhattan.

Ik eindig mijn pelgrimstocht die avond dan toch maar op Times Square. Het hoort erbij, zo bezweren de reisgidsen je, maar het blijkt al snel een overprikkelend kapitalistisch vacuüm. Te veel toeristen, te veel commercie en een agressieve overkill aan neonreclames. Niet mijn plek.

Ik vlucht op mijn terugweg naar het hotel een van de vele alomtegenwoordige manicureshops in voor een welverdiende voetmassage en een pedicure. Mijn voeten zijn na deze marathondag feitelijk afgeschreven. Terwijl de dame in kwestie mijn voeten reanimeert, moet ik nog praten als brugman om haar ervan te overtuigen dat ik écht niet thuishoor in de doelgroep voor de blijkbaar ‘zeer trendy’ felgele glitternagellak. Sommige New Yorkse hypes laat ik met liefde aan me voorbijgaan.

Wat een heerlijke stad…

2018-12-26 22_41_05-WAT EEN STAD!! - Reisverslag uit Washington, D. C., Verenigde Staten van YFR - W

Plaats een reactie