last stop – mega en meesterlijk mumbai

Terug in Mumbai. Terug in onze favoriete bezemkast. Met de stootkussens over de oude stalen balken (niet overbodig), het mini raampje wat uitzicht biedt op een buzzing stukje mumbai en het heerlijke bed, ik denk wel het beste bed van de reis. Denk overigens ook dat het hotel niet blij is met ons koosnaampje voor de kamer, al is het positief bedoeld. We komen er graag terug.

Wat lijkt die eerste nacht hier, onze aankomst in India, enorm lang geleden. Wat hebben we allemaal wel niet gedaan in die tussenliggende periode. Nelcia & Nilesh herkennen ons echter direct en we praten bij, uiteraard onder het genot van een glaasje chai. Bijzonder hoe gewoon dat is geworden. Masala thee met melk, thuis zouden we een wijntje opentrekken.

We hebben nog slechts 2 dagen te gaan voordat we weer richting ‘thuis’ vertrekken. Mumbai is mega groot en divers, dus keuzes maken lijkt handig. We besluiten de de dhobi’s in Dhobi Ghat, de grootste openlucht wasplaats ter wereld, met rust te laten. Een 140 jaar oud, maar nog steeds meesterlijk systeem. Elke dag verwerkt men, volgens zeggen, een half miljoen stuks wasgoed.

Ik ben nieuwsgierig, maar we zijn net iets nieuwsgieriger naar de Chor Bazaar, vrij vertaald de dieven markt.

Vroeger heette het de Shor Bazaar – a noisy market. Dat laatste is nog steeds waar. Het eerste wordt uiteraard ontkend wanneer het de spullen betreft die door onze handen heen gaan. Hier kun je wel dagen rond struinen. Wij gaan op jacht naar een oude plafond ventilator. Je kunt maar een doel hebben.. Doel is overigens niet behaald.

In deze wijk zien we ook een aantal dabbawala’s fietsen, de beroemde lunchbox bezorgers van Mumbai. Ik vind dat echt zo’n fascinerend systeem, een logistiek mirakel. Geweldig!

het juiste moment, de wetenschap achter de timing – over meesterlijk gesproken..

Walla is, als ik het goed begrepen heb, Hindi voor ‘bediende’: de chaiwalla brengt de thee, de dakwalla brengt de post (“chitti hai” –> you’ve got mail!) èn een dabbawalla brengt dus de lunch.

Tussen de 175.000 en 200.000 lunches, veelal met liefde gemaakt door de vrouw, worden dagelijks dwars door het waanzinnige verkeer van Mumbai naar precies de juiste persoon gebracht. Met een foutmarge van slechts één op de zes miljoen (aldus een woordvoerder van de coöperatie), hebben ze een van de meest effectieve logistieke systemen ter wereld. Echt wel gaaf, diverse automatiseringsbedrijven kijken er vast en zeker met enige jaloezie naar. Niets geen algoritmes, het geheim ligt in een ingenieus systeem van gekleurde codes. Geheime codes, behalve voor de dabbawala’s. Die codes vertellen de bezorgers alles wat ze moeten weten. Met name ingenieus omdat een groot deel van de dabbawalla’s anafalbeet is. Geen barcodes, zelfs geen adres. Onbegrijpelijke krabbels voor alle niet-dabbawala’s op deze wereld, cruciaal voor het succes van het systeem.

Vandaag de dag zijn zeker 5000 dabbawalas elke dag in Mumbai aan het werk, velen komen uit dezelfde streek – Maharashtra – en het beroep gaat meestal van vader op zoon. Het is een coöperatie, functionerend op een winstdelingsmodel waarbij iedereen evenveel betaald krijgt. Dezelfde streek, dezelfde taal, dezelfde achtergrond, gelijke betaling en een uniform. Vrijwel iedereen draagt een lang wit overhemd met broek en sandalen, weinig uitzonderingen. Maar Iedereen draagt het witte Gandhi mutsje. Deze moet te allen tijde verdragen worden. De synchronisatie, het gevoel van verwantschap, de geheime codes, een soort broederlijk gevoel. Het verbindt. Het zorgt voor harmonie. Het is de basis van de dabbawala clan.

Op fietsen worden de lunches bij de vrouwen thuis opgehaald, naar het station gebracht, verdeeld over de dabbawalla’s met hun respectievelijke routes, waarna ze met onwaarschijnlijke precisie van trein tot trein en van bezorger tot bezorger gaan. Ze dragen de dabba’s (lunchboxen) op een soort brancards dwars door het chaotische verkeer. De treinen hebben hier speciale wagons voor de lunchboxen en hun bezorgers. Vervolgens wordt de boel weer verdeeld op een ‘rally point’ en doorgegeven aan de laatste dabbawalla (nr 6!) die uiteindelijk met zijn fiets de juiste maaltijd bij de juiste echtgenoot, zoon of dochter aflevert.

Er zijn legio you tube filmpjes te vinden over dit systeem en ik blijf het fascinerend vinden. Want er zit natuurlijk ook nog een tijdsdruk op. En.. het is een milieu vriendelijk systeem. De trein rijdt sowieso en verder is het mankracht op een fiets, volgeladen met dabba’s in stoffen of soms plastic hoezen, soms helemaal geen hoes, met touwtjes rondom zijn stuur en een de bagagedragers.

Natuurlijk kijken we hier ook The Lunchbox, extra leuk als je ze de andere dag live aan het werk ziet. En… we kopen een mooi exemplaar op de dievenmarkt. Ik geloof wel dat ik m’n onderhandelingstechnieken iets mag aanscherpen want slechts 10% van de prijs af gekregen. Of misschien was de goede oude man gewoon niet zo van het eerst flink omhoog prijzen? Hij had namelijk niet bepaald toeristische spullen op zijn tafeltje staan, de lunchbox stond ergens in een hoekje.

We drinken een kopje thee, kletsen wat met een man die ook wat inkopen heeft gedaan. Bij het afrekenen blijkt dat onze tijdelijke tafelgenoot reeds voor ons betaald heeft. Hij steekt in de verte zijn duim nog eens omhoog, hij is trots op zijn wijk. “Here are good honest people”. Dat blijkt dus. Waarschijnlijk was de verkoper van de dabba dat ook.

Even later vindt Joris een super mooi verjaardagskadootje, een antiek gietijzeren stuk uit Hyderabad. Qua gewicht net iets lichter dan de schommel kettingen twee jaar terug…. Nu echter slechts één dag mee te sjouwen in plaats van twee weken.

Natuurlijk moet er nog wel even wat cash gepind worden, maar daar doen de heren niet moeilijk over. “Spring maar achterop de scooter”. Al toeterend crossen we kris kras door het verkeer, net zolang totdat we een welwillende en geld schenkende ATM hebben gevonden. Deze keer al na drie pogingen succesvol!

Na het shoppen (“nee, we gaan alleen even kijken”) vertrekken we richting het oudste trein station in India. VT Station, ook wel bekend als de Chatrapati Shivaji Maharaj Terminus. VT is net even wat eenvoudiger onthouden…

Gebouwd in 1888 met nog prachtige ramen, oude klokken en enorme plafond fans. Feestje om rond te kijken. Joris gaat los met fotograferen, ik plof onderwijl neer op het enige vrije bankje, de tassen om me heen draperend. Het blijkt een bankje van de politiepost te zijn, vandaar dat er niemand zit… Men is echter te beleefd om me weg te sturen. Subtiel vragen ze drie keer waar ik naar toe ga en informeren ze me dat een hal verderop een wachtruimte is. Ik bedank ze vriendelijk en vraag nog vriendelijker of ik in de weg zit. Uiteraard zullen ze dit nooit bevestigen en zo zit ik prinsheerlijk de omgeving in me op te nemen. Ik besef dat we aan het einde van onze reis zijn en wil nog zo veel mogelijk opzuigen. De kleuren, de mensen, de drukte. Ik wil nog zo veel mogelijk India inademen en vasthouden. Omarmen.

Iedereen is ergens naar onderweg. Gezinnen, jonge verliefde stellen, stoere pubers, afscheid, hereniging, woon werk verkeer. Ook hier dabbawala’s!

Helaas ook minder fijne beelden. Weer terug in de grote stad zie je nog duidelijker het verschil tussen (extreem) arm, middle class en (extreem) bemiddeld. Er wordt een man op een brancard even verderop naast me neergezet. Geen vering, geen kussen, slechts een oude magere man op slechts een koude metalen plaat. Ik hoop dat hij nog leeft, ik zie geen enkele beweging. Ik onderdruk mijn impuls om ernaartoe te lopen en bij hem te gaan staan, hij voelt zo alleen.

Even later loopt dan een familie langszij met daarachter twee dragers die (een deel van?) hun bezittingen in mooie grote ouderwetse koffers op hun hoofd dragen. Ziet er koloniaal uit. Die koffers zijn op de dievenmarkt geld waard!

En natuurlijk de straatkindjes, meer dan we de afgelopen vijf weken gezien hebben. Met hun blote billetjes liggen ze op het koude trottoir te slapen terwijl hun ouders tot laat nog iets proberen te verkopen. Schrijnend. De vader vraagt water, uiteraard krijgt hij onze fles, gelukkig nog vol en lekker koud. Echter, direct om het hoekje zit zijn iets oudere zoontje op een smartphone een filmpje te kijken. Weliswaar in oude en vieze kleren, maar toch. Waar doe je goed aan? We volgen maar gewoon ons gevoel, als altijd.

De andere kant zien we wanneer we ‘s avonds Hotel Taj binnenlopen. Een icoon voor high tea en geopend voor gasten sinds 1903. Helaas ook bekend geworden door de extreem gewelddadige aanslagen.

We proberen de film Hotel Mumbai te vinden, helaas stelt Netflix ons teleur in z’n selectie.

Ondanks de aanslag vinden we de beveiliging hier verrassend soepel. Alles is in kerstsfeer, inclusief een vals zingend kinderkoor. Ik denk dat de applaudisserende toeschouwers enkel uit familieleden bestaat…

De hoge trappen met de koepel zijn imposant. We checken op de eerste verdieping de high tea opties voor onze laatste dag Mumbai, en daarmee van India. Lijkt een stijlvolle afsluiting, een theetje met uitzicht op de Gateway of India. Al moet ik dan wel even m’n geliefde slippers omwisselen voor fatsoenlijke schoenen. Ik val nu enigszins uit de toon, ondanks dat ze zo ingenieus gemaakt zijn.

Dat is ook weer zo’n geweldig staaltje ondernemerschap. Ik loop op straat met inderdaad een klein stukje stof los bij m’n teen. Essentieel deel van de slipper natuurlijk, dat stukje stof tussen de grote en tweede teen. Als deel twee ook los schiet dan ben ik de klos. Blijkbaar scant deze, nog jonge, schoenmaker zijn potentiële markt zorgvuldig want hij tikt me aan en zegt dat hij het kan repareren. Ik kijk om me heen, nergens een shopje of iets wat er voor door moet gaan. Wel heeft hij een tas bij zich, later door ons betiteld als ‘de magische tas’. Ik ben echter net druk om samen met twee vriendelijke Indiase dames een kleermaker uit te leggen wat voor onmogelijks ik wil met een vloerkleed. Die laatste zeulen we dus ook mee, best een groot pakket. So far the setting.

Kortom, ik geef m’n slipper af en ga de onderhandelingen aan met de diverse kleermakers, deels blootsvoets het trottoir aflopend langs de diverse stalletjes. Ondertussen vraag ik Joris of hij m’n slipper in de gaten wil houden, ik ben er A) nogal aan gehecht en B) wil ik niet de rest van de dag half Mumbai op één blote voet verkennen. De ondernemende schoenmaker heeft ondertussen zijn werkplaats gecreëerd tussen twee geparkeerde rickshaws, uit zijn tas komt een stukje zwart leer en een grote naald en draad tevoorschijn. Ik laat het los en ga verder met de tekening voor de kleermaker die mijn vloerkleed moet gaan creëren. Patchwork into patchwork. Iets heel ingewikkelds. Uiteindelijk vinden we iemand die het snapt en het wil doen. Ongeveer 10 dagen werk. Zijn prijs is het dubbele van de inschatting van de twee dames, maar geloof niet dat er een andere keus is.

Eigenlijk ook wel een mooi systeem van kennen en vertrouwen. Althans, dat hoop ik dan maar…

We geven de (toch best kostbare) kleden af en betalen een voorschot. Ook aanzienlijk, althans, voor een kleermaker in India. Nergens een bonnetje, bewijs van afgifte of ontvangst. Er wordt niets opgeschreven, behalve dan mijn tekeningetje. Ik betaal de rest aan de dames, zij beloven over een paar dagen nog even te gaan kijken of de heren kleermakers, nu ook vloerkleed makers, het goed begrepen hebben. Fingers crossed.

Ondertussen loop ik geheel blootsvoets rond want de schoenmaker cq slipper reparateur wilde ook die andere slipper. Die wordt schijnbaar preventief verstevigd en gelijk gemaakt aan de ander. Eigenlijk kennen we in Nederland steeds minder de reparatie industrie. We kopen simpelweg nieuwe.

De jongen haalt steeds meer uit z’n wondertas. Joris vindt het wel wat. Z’n suède schoenen zijn ineens wonderwel schoon, vijf weken stof uit India zijn eruit geborsteld, geklopt en gepoetst. Nieuwe leren zooltjes op maat, lijm… Alles heeft hij blijkbaar bij de hand, nog steeds zittend op straat. En hij is blij. Hij heeft leuk verdiend, acht euro is hier veel geld en overhead costs heeft hij duidelijk niet. Ook wij zijn blij en we stappen (met schoeisel dus) weer verder, hopend op een goede afloop van het vloerkleed avontuur. De levering gaat via Fedex gebeuren. De eigenaar van de winkel heeft in de rest totaal geen vertrouwen. Of hij heeft een vriendje daar werken, kan natuurlijk ook. In ieder geval leuk verhaal tijdens mijn volgende werkbezoek op het Fedex hoofdkantoor.

Nu de zaak in Nederland nog verder afhandelen met de verzekeringen. Fijn zo’n lekkage. Anderzijds moet het zo zijn dat een vloerkleed uit India geruïneerd wordt wanneer je net weer in India bent. Hopen maar dat deze straks net zo mooi staat.

Want na Mumbai is de volgende stop helaas weer Nederland. Tapijt volgt ons met een paar weekjes vertraging. Zo houden we de sfeer er alsnog in. De geur van wierook en lekkere curries erbij, dan komt dat vast wel goed.

Namasté India. Je was weer geweldig. We gaan proberen het principe ‘Go Slow’ vast te houden…