fes en zijn bewoners

Mohamed, de oh zo bescheiden, zachte, tengere ober. Elke dag in zijn zwarte gilet en pantalon met daaronder plastic slippers. Hij serveert de koffie bij ons favoriete restaurantje te Fes – Shami’s restaurant. Binnen zitten er enkel mannen, ze kijken voetbal of leggen een kaartje. Meestal worden deze bezigheden afgewisseld. Hetzelfde geldt voor de consumpties. Koffie of muntthee, in kleine glaasjes, altijd met suiker. Voetbalshirts met de naam van hun held op de achterzijde of een djellaba met slippers. Meer variatie is er niet.

In het ‘half binnen half buiten’ gebied staan een paar aangeklede tafeltjes. Een goudgeel kleedje gecomplimenteerd met een geplastificeerde, licht plakkerige, menukaart die ontworpen lijkt te zijn met de marketing van Maggi in het achterhoofd. Althans, dat is mijn associatie. Direct naast de tafeltjes start een van de twee hoofdaders van de overvolle medina. Ezels bepakt met gasflessen, spelende kinderen, een paar van de honderden zwerfkatten, groepjes toeristen en een constante stroom van de vele fassi’s. De inwoners van Fes. Of is het Fez? Ik ben er nog steeds niet uit.

Het tentje zit om de hoek na een aantal wat luxere etablissementen inclusief terras. ‘Ons’ tentje kijkt uit op een bouwplaats. Er komt een nieuwe cinema en bouwvakkers werken zonder bescherming met breekijzers en hamers terwijl de thermometer toch ruim 30+ aantikt. Lijkt een beetje een megalomaan project, zo’n cinema in de medina, maar wie weet hoe het er over 10 jaar uitziet. Aan de tijdelijke houten afrastering van deze bouwplaats zijn wat planken getimmerd, het is een winkeltje met hoeden, petjes en de nodige variaties op de traditionele Fez hoofddeksel. Soort pop up store. ‘s Avonds rond half tien bergt de oude man alles weer op in twee grote plastic tassen om vervolgens richting huis te vertrekken. Wie weet hoever hij nog moet zeulen met die tassen. En morgen dus weer opnieuw. Kortom, observaties en overpeinzingen terwijl wij de vrijdag eren door couscous met lben te bestellen. De ‘karnemelk’ wordt ergens anders gehaald en zorgt voor verkoeling. Mohamed doet dit razendsnel, hij zal zo z’n adresjes hebben. Hij werkt hier tenslotte reeds 30 jaar. Hij is nu 59 jaar, nog 3 jaar en dan krijgt hij z’n pensioen. Zijn ogen gaan schitteren als hij praat over zijn dochter die als verpleegkundige in Boston werkt en studeert. Hij wil er zo graag heen gaan en hoopt daar werk te vinden. Wat voor werk? Geen idee. Op het servetje schrijft hij wat hij hier op z’n loonstrookje vindt. 1000 dirham. 30 jaar koffie serveren op dezelfde plek, 100 euro per maand en geen rijbewijs. Wel een dochter in de VS. Hopelijk biedt dat perspectief en blijft hij gezond, zodat hij straks kan genieten van z’n welverdiende pensioentje. Hij lacht bescheiden als hij het zegt, hij kijkt er naar uit. Het contrast is schrijnend. Zo’n vriendelijke man, die gun je zoveel meer. 3600 euro en hij zou morgen al met pensioen kunnen.

We gunnen het de oude overbuurman met de hoeden evenveel. En zo hebben we deze dagen al met zovelen gesproken. De minderbedeelden, veelal gehandicapt. Er zijn duidelijk nog geen quota ingesteld voor het tewerkstellen van gehandicapten. Uitsluiting lijkt het gevolg: armoede, beperkte sociale integratie en geen voorzieningen of hulpmiddelen.

Anderzijds is men blij dat het toerisme weer opgestart is nadat de wereld op pauze was gezet door Covid. Marokko was haast hermetisch afgesloten, de riads en restaurants waren twee jaar lang leeg. Pas drie dagen voor ons vertrek was een positief test resultaat niet meer noodzakelijk om überhaupt toegelaten te worden. Vervolgens heeft eenmaal hier helemaal niemand meer naar een vaccinatie bewijs gevraagd.

Het zal dan ook niet lang meer duren voordat de souks weer volledig volgelopen zijn. Echter, voor ons is het hier nu al druk genoeg. Eigenlijk gewoon te druk. We besluiten bij Bab Bou Jeloud, om verwarring te vergroten ook wel Bab Abi al-Jounoud genoemd, of Bab Boujloud, wel simpelweg de blue gate, een officiële gids te nemen. Die bij de blauw / groene Moorse mozaïek poort dus. Simpelweg en enkel om het gedoe en verdwalen te voorkomen, hetgeen een goede zet blijkt te zijn. Een rustige man die duidelijk waardering krijgt van de jonge gasten, dezelfde jongens die gisteren uitermate irritant waren. Zij die zich opeens niet meer voordoen als een ‘zeer behulpzaam persoon’. Mohammed (inderdaad, veel voorkomende naam) is in de medina geboren en weet z’n weg in dit labyrint van smalle straatjes.

Z’n Frans is duidelijk en hij praat dusdanig rustig dat zelfs ik een aanzienlijk deel begrijp. Na het bezoek aan de mooie Bou Inania Madrasa (Koran school), daar waar we gisteren niet in konden en waar Mohammed veel over weet te vertellen (geen centimeter is namelijk onversierd gelaten), en na de water klok en de andere meer algemene ‘souk bezienswaardigheden’ vraagt Joris vraagt of er nog ergens echt antiek te verkrijgen is. Mohammed pleegt wat belletjes en zigzagt door nog smallere steegjes dan de gemiddelde souk straat (die al zeker niet breed te noemen zijn)en opeens staat we voor donkere grote deur. naar Talisman antiques. De deur gaat open en we betreden Talisman antiques, gevestigd in een prachtig riad bom- maar dan ook echt bomvol met allerhande kunst. En beveiligingscamera’s. Sieraden, Afrikaanse beelden, schilderijen, meubels.. Bovenal, met een rasverkoper èn verhalenverteller, het vak geleerd van vader en grootvader. Als ik iets langer dan een paar seconden naar een Malinees beeldje kijk heeft hij het direct door. “Madame a un gout unique et excellente”, met de nadruk op excellente, hij rekt het woord maar eens flink uit. Onderwijl zorgt hij ervoor dat we evenveel aandacht krijgen, al lopen we ieder een kant op. Want ja, wie zou het geld beheren, wie is de beslisser? Ik word bestempeld als een kenner ( uiteraard..) en hij gaat ervoor, via Joris wel te verstaan. Helaas, ik denk er geen moment over om de creditcard tevoorschijn te halen Joris spot overigens direct de goud met stalen Rolex om zijn pols. Grove indexatie : 30.000. Euro, geen Dirham… Grappig, hij zei het me achteraf, ik had dat hele horloge niet eens opgemerkt.

We vergapen ons nog even aan al het moois voordat we langzaam duidelijk maken dat deze prijzen echt niet voor ons zijn. Wel geweldig om te zien hoe hij het aanpakt, stijlvol en vasthoudend. Zou een mooi filmpje opleveren in de diverse onderhandelingstrainingen. “Madame.. c’est pour moi pas de monnaie, c’est faire vous un plaisir”.

Eerder op de dag waren we reeds aan de praat geraakt met de eigenaar van een voormalig paleis, nu vol in de verbouwing voor een restaurant. Boven blijkt hij nog een aantal hotelkamers te hebben. Hij stond buiten voor de deur met twee krukken onder z’n armen en een koffie. Maar eenmaal in zijn verhaal verwikkeld blijven de krukken achterwege en loopt hij best wel rap de trap op om ons zijn kamers te showen. Allemaal anders ingericht, de een nog meer bizar dan de ander. Met ingekleurd houtwerk, bewerkt steen, een ingelijste omslagdoek van zijn moeder, een mega marmeren bed van 8000 euro (wat bewerkt hout bleek te zijn), een oud Hollands wandkleed en nog veel meer. Hij is ontwerper, fotograaf, journalist en dus ook hotel restaurant eigenaar. Multi talent. De eigenaar wil perse z’n fotografische talent uitoefenen en hij vraagt ons te poseren op strategische plekken in zijn domein. Bij het ‘marmeren bed’ en bij z’n wandschildering van Fes. Beneden, in de nog kale, stoffige stenen ruimte, werkt een man stoïcijns door om de bewerkte plafond panelen te fabriceren. Bijgelicht door een felle bouw lamp. Het houtwerk is dus allemaal handwerk. Palais Laraichi. Wat een andere wereld.

Even verderop een luxe bruiloft. Daar wordt duidelijk met geld gesmeten. Dikke rode tapijten met kandelaars langszij verfraaien de anders kale steeg. Een groep van zo’n tien jongens staan in hun witte djellaba’s te wachten tot ze tot actie kunnen overgaan. Ze zullen straks de kado’s voor de bruid gaan dragen en de catering verzorgen. Veel chocolade, aldus een van hen. Stiekem snoepen doet hij niet, “chocolade is voor vrouwen”. Denk niet dat dat een universeel gegeven is, en zeker niet bij ons in de bakkerij te R’dam. Ook hier weer de nodige foto’s voordat we verder lopen. En dat terwijl we enkel op zoek waren naar een café au lait.

Wat overigens wel fijn is aan wat buitenlands toerisme in deze oudste koningsstad is het feit dat we bij zonsondergang een biertje kunnen drinken. Nabij de Tombe dei Merendi, die weinig voorstellen, is een wat vervallen hotel. Echter, met een hooggelegen terras wat een mooi uitzicht biedt op de oude stad. La nouvelle ville ligt verderop. Dankzij de Franse generaal Lyautey, hij die een Frans protectoraat moest vormgeven, zijn er diverse medina’s bewaard gebleven en is er gewoon een nieuwe stad naast gebouwd voor de Europeanen. Zie hier de naam nouvelle ville.

Onze tijdelijke thuisbasis is een prachtige oude riad. In Rabat was de riad mooi, hier door de authenticiteit nog veel mooier. Oude elementen, smaakvol opgeknapt en juist de eenvoud zorgt ervoor dat we het zo mooi vinden. Het oude, het niet perfect afgewerkte. Nu hebben we ook wel de sultan suite, links bovenin. De allermooiste. De hele vloer is van blauw wit mozaïek, het deels gekleurde glas filtert het daglicht in alle kleuren. De krakende luiken, de deur die amper sluit, het mega grote hemel bed, ook krakend. De enorme badkamer helemaal betegeld met de originele handgemaakte klei tegels, zelliges. Enkel onderbroken door oude ingebouwde houten kasten. Als je onder de open douche staat komt het licht prachtig door het opengewerkte houten kamerscherm heen. We zitten op de eerste verdieping en boven ons diverse terrassen waar meestal wel wel schaduw te vinden is. On top of that op het hoogste terras een koud dompelbad. Best lekker, al is skinny dipping extra spannend in een islamitisch land. Maar ja, als alle spullen reeds ingepakt zijn.. Je moet wat om af te koelen.

Over islamitisch gesproken, de jonge beheerder, Amine, is streng gelovig. We horen en zien hem elke dag bidden op de binnenplaats, op een kleedje bij de fontein. Hij heeft een dochtertje van 2 1/2, Inez. Geen idee wanneer hij haar ziet want hij lijkt altijd in de Riad aanwezig te zijn. De eigenaar is een Fransman, een van de vele riads die zijn opgekocht met buitenlands geld. Deze buitenlandse interesse brengt ook zeker nieuwe uitdagingen mee, maar het herstel van de vervallen, afbrokkelende huizen heeft ook vast en zeker bijgedragen aan de heropleving van veel handwerk- en ambachtelijke ambachten. Het is echter lastig in te schatten in hoeverre de lokale mensen goed betaald worden,gecoacht worden en de ruimte krijgen in ondernemerschap en coleur locale in te brengen. Amine lijkt in ieder geval trots op wat hij neerzet en bereikt heeft. Gelukkig ook even trots op Inez, er zal vast nog wel en zusje of broertje bij komen – Inshallah.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s