Terwijl we veel te veel tassen en bagage naar beneden slepen, kijkt onze Griekse buurvrouw enigszins verrast. Haar blik spreekt boekdelen. Ze bekijkt de lading tassen alsof we voorgoed uit Nederland vertrekken. En ze heeft gelijk. Hoe minder tijd ik neem om in te pakken, hoe belachelijker het eindresultaat. Zeker als er een auto met kofferbak voor de deur staat. Waarom keuzes maken? We vertrekken voor twee weken naar Italië maar de hoeveelheid spullen doet eerder denken aan een halve emigratie.
Maar voor de Italiaanse zon ons mag verwarmen, moeten we eerst de Duitse Autobahn trotseren. En belangrijker nog, de nukkige technologie van onze relatief nieuwe auto.
De nieuwe BMW, bijnaam Schmuck, is namelijk nog geen vrienden met Joris. Of beter gezegd, het is andersom. Joris wordt werkelijk horendol van alle moderne rij-assistenten. De auto piept, corrigeert, stuurt tegen en bemoeit zich met elke centimeter asfalt. Na een felle strijd tegen de digitale systemen gaf hij het op, bovendien protesteerde zijn rug na een half uur in de hyper ergonomische stoelen. Zo eindigde ik de rest van de rit achter het stuur. Gelukkig was het Duitse verkeer ons na de Nederlandse filestress gunstig gezind en vorderde de reis gestaag onder een milde middagzon.
subcultuur bij de laadpaal
Ongeveer anderhalf uur voor onze geplande overnachting dwingt de batterij ons tot een laatste laadstop. We stranden op een schijnbaar verlaten terrein ergens tussen de inspirerende plaatsnamen Rastatt en Muggensturm, ingeklemd tussen een reusachtige Bauhaus-bouwmarkt en een verbleekt bordje met Siemens erop. Een troosteloze plek, zou je denken, tot we de hoek om draaien.
Naast het tankstation bevindt zich een bomvol terras, behorend bij Juicy – The Bar Culture. Ondanks de verre van aantrekkelijke omgeving lijkt het terras op deze vrijdagavond het bruisende middelpunt van de lokale jeugd te zijn. Het is een fascinerend schouwspel. Grote groepen jongeren zitten er aan de waterpijp. De dames zijn tot in de perfectie opgepoetst, compleet met nepnagels en nepwimpers. De mannen dragen oversized zonnebrillen, ondanks dat de avond al lang is gevallen, en blazen dikke, naar appels ruikende rookwolken in de Duitse nachtlucht. Joris wil direct iets bestellen en geniet van deze onverwachte antropologische goudmijn. Terwijl Schmuck zich volzuigt met stroom, nuttigen wij tussen de dampende shisha’s een simpele tosti en een alcoholvrije cocktail. Met slechts vijf uur slaap in mijn benen is dit precies de brandstof die ik nodig heb om de laatste kilometers te overbruggen.
belegen charme, inclusief vissen stropdas , tex-mex en een kunstvereniging
Net voor middernacht rollen we het parkeerterrein op van het Carat Hotel in Weil am Rhein. Het is een kolos met meer dan honderd kamers en het woord ‘vervallen’ doet het eigenlijk tekort. Laten we het ‘belegen’ noemen, of nog beter, belegerd door de tand des tijds. Toch is Joris een vurig pleitbezorger van deze plek. Voor hem is dit pure nostalgie en logistiek comfort. Je parkeert voor de deur en nachtreceptionist Pavo, die er al decennia lijkt te werken, staat voor je klaar met een ouderwetse zware kamersleutel. Aan de muren in de gangen hangt trouwens verrassend genoeg kleurrijke, moderne kunst, een initiatief van de eigen kunstvereniging van het hotel die hiermee jonge talenten een podium biedt. Of je hier nu om één uur ’s nachts of nog later arriveert, je kamer is klaar en het bed is schoon. Ook het ontbijt is ongewijzigd, met een ruimte die om volstrekt onduidelijke redenen nog steeds in Mexicaanse sfeer is ingericht. Twee jonge stagiairs lopen er zenuwachtig rond op hun allereerste werkdag, maar de absolute ster van de ochtend is de ‘food’manager Roberto.
Met een bonte stropdas vol getekende vissen, een aandenken aan zijn carrière bij een Hamburgs visrestaurant, vertelde hij ons honderduit over zijn drie kinderen bij drie verschillende vrouwen en zijn tijd in Venezuela. Het geheime brandrecept van de huis-koffiebranderij gaf hij niet prijs, wel krijgen we de premium koffie van het huis cadeau. een vriendendienst die de heren bezegelt als kersverse kameraden.
De route door de Alpen en de Aosta vallei verloopt vlot, en einde dag arriveren we in Turijn, de eindbestemming. Het laatste obstakel is een parkeerplek en na vele rondjes doe ik wat ik eigenlijk niet wil: een parkeergarage in. Ik heb een licht trauma aangaande Italiaanse parkeergarages en ook dit exemplaar is weer ronduit claustrofobisch. Nadat ik de auto op de millimeter nauwkeurig ergens tussen heb gepropt, ploffen we opgelucht neer op het allereerste terras dat we tegenkomen. De bestelde Negroni’s hakken er direct ongenadig hard in. Ik ben duidelijk vermoeider dan ik wil toegeven en licht aangeschoten zit ik even later aan een tafeltje met een rood-wit geblokt kleedje in een lokaal buurtrestaurant. Van de bestelde fles wijn haalden we slechts twee glazen. De rest gaat mee onder de arm naar onze Airbnb; een verbouwde kelderbox in een historisch Turijnse woonhuis.

slapen in de straat van de schedelmeter
Onze uitvalsbasis voor de komende dagen bevindt zich aan de Via Cesare Lombroso 15, midden in de wijk San Salvario. Een straat met een ietwat macaber historisch randje. Cesare Lombroso was namelijk een omstreden 19e-eeuwse arts en de grondlegger van de criminologie. Hij was ervan overtuigd dat je aan de vorm van iemands schedel en kaken kon aflezen of je met een geboren misdadiger te maken had. Zijn inmiddels achterhaalde theorieën lokken vandaag de dag nog steeds nieuwsgierigen. Ook Joris kon het niet laten om het museum twee straten verderop te bezoeken, waar onder andere Lombroso’s eigen schedel als een ultiem relikwie ligt tentoongesteld.
Niet alleen onze straatnaam heeft een verhaal; de hele wijk ademt transformatie. San Salvario was decennialang een typische arbeidersbuurt vol immigranten en FIAT-arbeiders. Mijn Italiaanse collega Annalisa bekent tijdens een etentje dat ze hier vroeger ’s avonds liever niet over straat liep. Vandaag de dag is het echter hét multiculturele en hippe gebied van Turijn.
Zodra je de zware houten deur van nummer 15 openduwt, stap je dan wel weer rechtstreeks het verleden in. Het gebouw uit 1920 is een klassieke casa di ringhiera. Gebouwd rondom een centrale binnenplaats, waarbij de arbeidersgezinnen via de ballatoio (de open galerijbalkons) letterlijk lief en leed deelden. Dat dit pand er überhaupt nog in volle glorie bij staat, mag een klein wonder heten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog regende het hier namelijk geallieerde bommen. De luchtmacht had het nabijgelegen treinstation Porta Nuova en de gigantische FIAT-fabrieken in het vizier, maar precisiebombardementen bestonden nog niet. Complete huizenblokken in de omliggende straten en de monumentale synagoge verderop werden volledig in de as gelegd. Nummer 15 ontsprong de dans, waardoor wij hier nu nog de originele, honderd jaar oude architectuur kunnen bewonderen vanaf onze klapstoeltjes op de binnenplaats. Terwijl ik daar met de telefoon in de hand wat dieper in de lokale geschiedenis graaf, ontdek ik het geheim van onze directe buren. San Salvario was in de 19e eeuw het kloppende hart van de Joodse gemeenschap, en pal naast ons, zat het Orfanotrofio Israelitico. Het Joodse weeshuis. In maart 1944 stond de nazi-bezetter op het punt stond de overgebleven weeskinderen te verzamelen voor deportatie. De verzorgers bedachten een even simpel als geniaal blufspel. Geen geheime luiken of valse muren, maar gewoon de voordeur. Ze lieten de kinderen netjes in rijen van twee opstellen, hand in hand, alsof ze aan een doodgewoon schoolreisje begonnen naar de heuvels van Turijn. Het psychologische spel werkte vlekkeloos: de Duitse patrouilles zagen op de stoep een onschuldige schoolklas passeren, waardoor de wezen ongestoord de stad uit konden wandelen om in de heuvels onder te duiken. Ze werden allemaal gered. Helaas liep het niet voor iedereen in deze straten goed af. Als je naar de grond kijkt bij de entrees, zie je de blinkende pietre d’inciampo; de messing struikelstenen, gegraveerd met de namen van Joodse buren die wél uit hun huizen werden gesleurd.
de ultieme soundtrack van het ongefilterde Turijn
En toch, ondanks die gelaagde geschiedenis, overheerst nu het milde ritme van het Italiaanse leven. Wij slapen in het souterrain van het complex, onder een prachtig gewelfd bakstenen plafond. Heerlijk koel. En als je dan ’s avonds met de gesmokkelde wijn nog even buiten gaat zitten, voel, zie, ruik en hoor je het echte Italië rondom de binnenplaats. We luisteren naar de flarden van een televisie met een voetbalwedstrijd, het geroezemoes van thuiskomende of vertrekkende bewoners, kletterende borden en ergens bovenin zachtjes een piano. We ruiken het wasgoed recht boven ons. Het is allemaal aangenaam dichtbij en tegelijk ver weg. We zijn in Italië, in het ongefilterde Turijn. En het voelt heerlijk!
