opgeladen

de wet van de binnenplaats
Na een week Turijns genieten met onze casa a ballatoio als uitvalsbasis en mobiele werkplek, werd het tijd voor de volgende etappe van onze reis. San Salvario was de wijk waar we langzaam vrienden werden met de conciërge en sliepen in een prachtig voorbeeld van architectonische recycling. We verbleven in een prima verbouwde garage inclusief een ondergrondse opslagruimte waar we nu onze (aangenaam koele) slaapkamer hadden. De conciërge begrijpt er echter nog steeds niets van dat ik weiger onze ‘Schmuck’ de smalle binnenplaats op te sturen om de bagage in te laden. Ik vond het wel best. Mijn stuurkunsten hebben zo hun grenzen, en die grenzen werden hier al dagelijks genoeg uitgedaagd.

de buurman met de maestroblik
Elke ochtend op stipt dezelfde tijd voltrok zich naast onze studio een klein, haast filmisch ritueel. De zware houten poort naar de straat werd opengeduwd en de buurman verscheen ten tonele om de grote broer van onze BMW uit zijn nog onverbouwde garagebox te bevrijden. Deze man was een personage dat zo uit een klassieke Italiaanse film leek te zijn weggelopen. Hij was tenger en liep met een lichte buiging die iets van zijn leeftijd weggaf. Tegelijkertijd was hij gezegend met een onverstoorbare, typisch Italiaanse stijl. Zijn gezicht ging grotendeels schuil achter een enorme, zilvergrijze baard en een diepzwarte zonnebril die hij vermoedelijk nooit afzette. Zijn kledingkeuze was net zo onveranderlijk als zijn routine.

Met een haast laconieke precisie manoeuvreerde hij vervolgens zijn veel te grote en luxe wagen over de versleten stenen van de binnenplaats. Er leek geen vel papier te passen tussen de ruwe bakstenen muur en zijn zijspiegels, een optische illusie die voor mij elke ochtend de wetten van de logica tartte. Gefascineerd keek ik toe hoe hij de resterende tien centimeter met de nonchalance van een doorgewinterde maestro pareerde. In Italië meet men de ruimte niet in centimeters, maar in puur vertrouwen van een flinke dosis bluf. Je leert door het simpelweg te doen. Maar als ik hem zo bezig zag, prefereerde ik bij onze eigen vertrekpoging toch echt een tijdelijke wegafzetting in de straat. We zwaaiden nog een laatste keer en lieten de koninklijke grandeur en de industriële rauwheid van Turijn achter ons.

thuiskomen aan het klotsende water
De neus van Schmuck wees nu definitief richting het Comomeer. Het doelwit van de dag was Nesso. Voor de vierde keer keren we terug naar dit steile mini-dorpje, en voor de tweede keer stappen we over de drempel van exact hetzelfde huis. Zodra het vertrouwde geluid van het water dat tegen de stenen muur klotst ons tegemoet komt, valt de hitte direct van ons af. De werkgerelateerde calls onderweg, compleet met een oververhitte telefoon en soms evenzeer oververhitte gesprekspartners, ben ik op slag vergeten. Het is onmiskenbaar thuiskomen en het eerste wat we doen is een duik nemen in het metersdiepe water. 

cryptische blind date en een kofferbak vol verleiding
Maar voordat de rust echt kan neerdalen, heeft Joris nog een missie. Want terwijl ik aan het werk was in Turijn en Milaan, had deze fervente verzamelaar van audio-apparatuur weer eens een uitermate bijzondere versterker op de kop getikt. Een kans die hij niet kan laten gaan. Uiteraard niet. Nu heeft een rasechte verzamelaar natuurlijk per definitie een broertje dood aan logica. Rationele argumenten zijn er in dat universum immers puur om een aankoop te voorkomen, en dat moet koste wat kost worden vermeden. En wat maakt het uit dat er thuis onder ons bed inmiddels een compleet weeshuis aan versterkers ligt te verstoffen? Of dat er online op dit moment een hele lading van zijn eerdere audio-liefdes te koop staat? Subtiel probeer ik de heilige wet van zijn logistieke kringloop te formuleren, zo van twee eruit, één erin. Onbegonnen werk, en dat is trouwens maar goed ook. Ik ga over de beschikbare vierkante meters in de bakkerij, hij over het genot van de beste combinaties. Iets waar ik dan natuurlijk ook gewoon van geniet.

En dus vertrekken we de volgende dag naar Como, waar de overdracht moet plaatsvinden op de parkeerplaats bij de tuinen van Villa Olmo. Het werd een ontmoeting in stijl, een vreemde mix tussen een blind date en een drugsdeal. Via cryptische berichten coördineerden ze alsof ze in een spionagefilm zaten, met teksten als “indosso una polo rossa” en “la mia targa è”. Uiteindelijk bleken er ook nog eens twee verschillende parkeerplaatsen te zijn, hetgeen de boel natuurlijk niet bevorderde.

Nadat de heren elkaar eindelijk gevonden hadden in de bloedhitte, opende Giuliano zijn achterbak. Tot onze grote verrassing bleek hij, naast de afgesproken versterker, nóg vijf andere imposante apparaten te hebben meegenomen. Dit alles in het kader van het overbekende “Misschien wil de Nederlander er meer?”. Joris hield knap stand, heeft met interesse alle apparaten bekeken en uiteindelijk ging na contante betaling de buit van de ene naar de andere kofferbak. 

glamour tussen het groen – women and cars
Gedurende de tijd die het de heren kostte om elkaar te vinden had ik ontdekt dat in de tuinen nabij een expositie gaande was van Helmut Newton. Precies hier schoot hij dertig jaar een modeserie voor Vogue en deze zilveren Alfa Romeo inclusief model is een van de twintig enorme fotopanelen. Bij elkaar laten ze vier decennia werk zien, volledig gefocust op de grote passie van Newton, auto’s. Het is mooi werk. Het barst van de strakke zwart-witte contrasten vol glamour, haute couture, luxe en een subtiele laag erotiek, soms klassiek, soms provocerend. Het effect wordt versterkt doordat de panelen midden tussen het groen staan, direct aan de oever van het meer.

En hoe passend… Zie onderstaand zijn foto voor Vogue: hier geschoten, dertig jaar terug. Alleen moesten wij het doen met aanzienlijk minder contante euro’s en een loodzware versterker die van de ene naar de andere kofferbak werd versleept. Daarnaast is mijn eigen look op deze snikhete parkeerplaats helaas net iets minder spectaculair. Met mijn slippers val ik toch een beetje buiten de haute-coutureboot. 

Maar vooruit, glamour koopt geen actieradius en de nuchtere realiteit roept me snel genoeg terug op aarde. Voordat deze woman haar car weer terug kon brengen richting Nesso, moest er namelijk nog wel geladen worden. Want snelladers zijn duidelijk nog wat te modern voor Nesso. Er zijn daar sowieso amper parkeerplaatsen, laat staan laadpalen. En dus cruisen we richting een paar zeldzame snelladers net buiten Como, daar waar de sfeer al snel het kookpunt bereikte. 

existentiële crisis bij het laadstation
Terwijl wij, inmiddels geroutineerd tegen wil en dank, braaf wachten totdat de tachtig procent wordt aangetikt, klopt er een wat verwilderde man nogal dwingend en wanhopig op ons raam. Hij heeft een gloednieuwe en vuurrode MG bij zich, maar staat stijf van de stress. Zijn laadpas werkt niet, zijn creditcard wordt geweigerd, zijn auto heeft geen bereik meer en daarmee is hij de wanhoop nabij. Hij vloekt, tiert, schreeuwt, verontschuldigt zich vervolgens en begint opnieuw, en dat grotendeels in het Italiaans.

Zijn zoontje staat er beteuterd en een beetje verloren bij, wij verbouwereerd. Het is pijnlijk om te zien, want je voelt aan alles hoe zo’n klein kind zijn vader als baken probeert vast te houden, terwijl diezelfde vader de controle volledig verliest door een weigerende machine. Tegelijkertijd begrijp ik die woede ook wel. Het is de ultieme, moderne onmacht. Je staat daar met een geavanceerde auto van tienduizenden euro’s, maar je kunt niets omdat een onzichtbaar digitaal systeem simpelweg weigert te communiceren. De gijzeling van de vooruitgang… De dag ervoor was het blijkbaar ook al misgegaan en had de paal ‘BOOM’ gedaan. Dat woord klinkt onheilspellend vervaarlijk en luid uit zijn mond, zijn armgebaren versterken het nog eens. Hij wijst boos naar onze laadpaal en ik twijfel of ik maar niet beter kan afkoppelen om een explosie te voorkomen.

Na een paar mislukte hulppogingen, ondanks ChatGPT en de nodige vertalingen, wordt hij steeds nijdiger. Hij eist bijna dat ik de laadsessie met mijn telefoon voor hem ga starten, maar dat lijkt me, hoe sneu ik het ook vind voor hem, toch geen goed idee. Uit zelfbehoud, en de reële vrees dat ofwel de paal ofwel de man zelf elk moment kan ontploffen, laten we hem met een meelevend maar machteloos gebaar achter in zijn technologische crisis. Wij hebben inmiddels de tachtig procent aangetikt, trekken de stekker eruit en kunnen door. 

de onbetwiste koningen van de Lariana
Uiteindelijk wordt ook dat laatste nog een kleine beproeving, want het is inmiddels best druk geworden op de Strada Statale 583 Lariana. Deze route is vernoemd naar Larius, de historische naam voor het Comomeer, en het is de weg waar de stadsbuschauffeurs de onbetwiste koningen zijn. Deze mannen smijten hun gigantische bussen met een doodsverachting door onoverzichtelijke S-bochten. Het grenst aan het bovennatuurlijke, op die bussen zit namelijk werkelijk geen enkele kras. Het is statistisch én natuurkundig onmogelijk. De weg is op sommige plekken zó absurd smal dat zijspiegels elkaar doorlopend aaien.

Ik hou dus niet zo van aaiende zijspiegels en mijn strategie is hier dan ook uiterst laf maar effectief: ik plak Schmuck zo strak mogelijk achter een bus. Mijn filosofie is namelijk dat als hij er doorheen past zonder de rotswand te kussen, dan pas ik er ook door. Desondanks moet ik eerlijk toegeven dat ik af en toe witte knokkels had van het knijpen in het stuur, alsof dat ook maar iets helpt… Joris slaat er ‘s avonds de statistieken eens op na en inderdaad, best veel ongelukken. De carabinieri zijn er druk mee. 

de schaduwzijde aan de overkant
Helaas wordt er een paar dagen later een zwarte bladzijde aan die statistieken toegevoegd. Vanaf ons appartementje kijken we recht uit op Brienno, aan de overkant van het water. Het is een idyllisch plaatsje, nog kleiner dan Nesso, met een prachtig kerkhof direct aan de oever. In de ochtend baadt het in het zonlicht tijdens onze eerste duik, en ’s avonds zien we de lichtjes die stuk voor stuk aangaan. In de nacht van maandag op dinsdag was het echter een stuk minder stil en idyllisch. We zagen veel meer lichten, ditmaal aangevuld met zwaailichten en sirenes van de politie, brandweer en traumahelikopters.

Het bleek een absolute nachtmerrie te zijn. Een stomdronken 29-jarige bestuurder van een Mercedes verloor de controle en boorde zich frontaal in een Fiat Pandaatje, die vervolgens over de vangrail werd gekatapulteerd en twintig meter lager in het Comomeer verdween. Het vervolg laat zich raden. Een twaalfjarig meisje moet nu zonder vader verder want zijn lichaam werd uren later door duikers gevonden tussen de rotsen aan de waterkant. De dader vluchtte te voet, maar kon alsnog in een nabijgelegen bar worden ingerekend voor omicidio stradale aggravato, doodslag in het verkeer onder verzwarende omstandigheden.

Als we dan de volgende dag vanuit het water naar die overkant staren, krijgt dat mooie, stille kerkhof plotseling een heel andere lading. Ik besluit de rest van de reis nog wat voorzichtiger te zijn in het verkeer. Het herinnert je er ijzingwekkend aan hoe flinterdun de grens kan zijn tussen vakantiegeluk en het noodlot. Het maakt de behoefte om de hectiek achter me te laten en te ontsnappen naar onze kleine en fijne cocon alleen maar groter.

het heilige ritme van het zoete nietsdoen – hipper gezegd: low cortisol life
Daar in die cocon doen we vooral niets, of in ieder geval bar weinig. Beneden aan het water, met natuurlijke zonnebescherming onder de wijnranken, is er alleen nog de rust. De agenda bestaat enkel uit de gebruikelijke Nesso-rituelen. ’s Morgens een duik, ’s middags een duik, ’s avonds een duik. Eén tot twee keer per dag lopen we de 350 treden op voor een goede macchiato of caffè shakerato bij Od’o, alwaar we dan op het bankje in de schaduw zitten terwijl we de gekte rondom de waterval fotograferende toeristen gadeslaan.

Natuurlijk is er ook de wandeling over de onregelmatige, eeuwenoude stenen om bij de lokale alimentari GiaDi een fles koude witte wijn, een flinke plak gorgonzola en Italiaans brood te scoren voor de aperitivo. Altijd de moeite waard, net als de zondagse lunch hogerop in de bergtrattoria Sole. Sole is een soort tijdscapsule waar dezelfde familie ruim vijftig jaar wild zwijn stooft in Barolowijn en waar het op zondagmiddag bomvol zit met Italiaanse families uit de omliggende dorpen, gecomplementeerd met wat fungaioli, de paddenstoelenzoekers, en wielrenners die de Muro di Sormano hebben getrotseerd.

Op de kronkelige weg tussen Nesso en Zelbio bezoeken we de Grotta della Madonnina. Dit natuurlijke rotskapelletje hangt echt bomvol met foto’s, kaarsen en kruisjes. Er is niemand en het is een mooie stille, getuigenis van dankbaarheid en herdenking. Naast de lokale bevolking schat ik zomaar in dat de afgetrainde wielrenners hier traditiegetrouw even in de ankers gaan om na een loodzware klim op adem te komen, of wellicht om een beschermengel af te dwingen voor de resterende haarspeldbochten.

Voor ons is het echter een kwestie van relaxen aan het meer met een boek, goede gesprekken, nog maar eens een duik en vooral ook veel slaap. Dit alles met de deur wagenwijd open zodat we het water horen klotsen en niet vergeten waar we zijn. Als ik ‘s nachts even wakker ben dan loop ik naar buiten, kijk ik uit over het meer en voel ik me intens gelukkig.

de ongewenste plaag van de exoot
Eigenlijk zijn er slechts twee kleine verstoringen in ons paradijsje. De eerste is de zanzara tigre, de tijgermug. De gemeente Como heeft vorige maand zelfs een officiële noodverordening, de Ordinanza Sindacale nummer 188, uitgevaardigd die specifiek gericht is op de bestrijding en preventie van deze agressieve lastpost. Lokale overheden delen in de regio nu zelfs gratis larvicide uit aan inwoners om de plaag in te dammen, maar daarin werden wij duidelijk overgeslagen. Kortom, de voor mij inmiddels bekende lokale allergische reactie is niet langer voorbestemd voor de meer exotische bestemmingen, helaas.

de ongewenste plaag van de zwalkende badpakken
De tweede verstoring bestond uit een invasie van zwalkende badpakken. In het anders zo rustige, doodlopende stukje Nesso, daar waar je kunt kiezen tussen rechtsomkeert de trappen weer op of het water in, bleken acht vriendinnen een uitbundig weerzien te hebben gepland. Het was een combinatie van Poolse en Engelse meiden die zich letterlijk ladderzat dronken. En ja, ook als je heel erg dronken bent dan zijn de trappen bij het water een mooie plek. Ik denk dat ze eigenlijk hun mini-appartementje simpelweg niet meer konden vinden, ze zaten met z’n achten in een ruimte die bedoeld was voor twee personen.

We hadden ze boven bij de bushalte reeds gespot, waar Joris nog een heel gesprek met ze was aangegaan toen ze rond elf uur ‘s morgens nog redelijk aanspreekbaar waren en enthousiast over hun vriendschap vertelden. Wij zeiden nog tegen elkaar dat het toch wel fijn is dat er in Nesso ‘s avonds niets te doen is, omdat ze anders mogelijk hier in de buurt wat zouden boeken.

Enfin, aan het einde van de dag liepen we naar beneden en daar zaten ze dan, allemaal verrukt dat wij nu precies hun buren waren. De blijdschap was natuurlijk niet wederzijds, zeker niet toen er om vier uur ‘s nachts nog steeds een paar dapper stonden door te lallen. De rest was denk ik ergens halverwege de trappen gestrand. De volgende ochtend bleken er nog maar vijf te zijn, maar ze leken niet dusdanig verontrust dat we meenden een nieuwe duikbrigade op het meer te moeten inzetten. Blijkbaar was de intense vriendschap iets bekoeld, of juist oververhit geraakt. Ze vertrokken uiteindelijk met achterlating van wel zes vuilniszakken vol flessen en pizzadozen. Die hebben wij uiteindelijk maar naar boven gesjouwd, want op zulke momenten schaam je je toch wel echt voor je medetoeristen. Maar het grote voordeel van hun aftocht was dat de avonden die volgden stiller dan stil waren. Juist dan besef je hoe uitzonderlijk deze plek eigenlijk is: een heerlijk, overweldigend niets. Voor aankomend jaar hebben we alweer geboekt, je kunt er maar vroeg bij zijn!

de perfecte decompressie-stops
Voor degenen die weleens naar Italië cruisen, zijn dit twee perfecte stops voor op de terugweg. De eerste was in een piepklein plaatsje net buiten Weil am Rhein. Je rijdt er dwars door de glooiende fruit- en wijngaarden, en kunt er bovendien uitstekend een nieuwe vloeibare voorraad inslaan bij de Vinothek van Fünfschilling. De doos Crémant bleek de perfecte opvulling voor het laatste lege hoekje naast de versterker in de kofferbak.

De tweede stop was Wiesbaden, een plek waarvan ik me oprecht afvroeg wat we er gingen doen en waarom Joris toch een beetje nerveus was over onze aankomsttijd. Het wordt me binnen twee uur na aankomst duidelijk, want dan staan we in de hal van het Hessisches Staatstheater. Als ultieme verrassing bleek hij kaarten te hebben geregeld voor een voorstelling in het Großes Haus. En niet zomaar iets: een gloednieuwe, bijzondere productie van Mozarts Così fan tutte, een opera die de breekbaarheid van de liefde genadeloos blootlegt. Hoewel het stuk pas net in première was gegaan, had hij op miraculeuze wijze fantastische plaatsen op het balkon weten te bemachtigen. Daar zaten we dan, rechtstreeks vanuit de Schmuck op het rode pluche, recht tegenover een majestueuze kroonluchter van 900 kilo verguld messing. Het ding schitterde te midden van historische plafondschilderingen en met de hand geboetseerde putti. 

In deze klassieke omgeving keken en luisterden we naar een opera die op gedurfde wijze helemaal naar het nu was getrokken. Het is simpelweg waanzinnig!

het laboratorium van de relaties – een wetenschappelijk experiment over liefde en lust
De Franse regisseuse Marie-Ève Signeyrole heeft gekozen voor een moderne aanpak, inclusief een actieve rol voor bewoners van Wiesbaden. Twintig echte liefdeskoppels staan op het podium en zijn onderdeel van het geheel. De koppels weten vooraf echt niet wat er gaat gebeuren en hun reacties smelten vreemd genoeg perfect samen in het geheel. Joris had ons daar trouwens ook dolgraag tussen gewurmd, ik geloof dat hij de castingprocedure achter de schermen al bijna had gekraakt. Dat het hem net niet is gelukt, lag puur aan de harde spelregels: er bleek een nogal onbarmhartige leeftijdsgrens aan verbonden. Geen onverwacht acteerdebuut voor ons dus, we moesten het doen met een veilige toeschouwersrol op het rode pluche. Maar vanaf die stoelen werden we al snel volledig ademloos meegezogen. 

Het orkest speelt fabelachtig en het verhaal is prachtig en verdrietig tegelijk. De optelsom van die twee grijpt je echt bij de keel. Liefde en eenzaamheid in een complexe wereld. Ik zit haast ademloos drie uur lang te kijken, te luisteren en te genieten, met af en toe een traan. Het is in het Italiaans, Italië laat ons duidelijk nog niet los, maar is dankzij de Duitse en Engelse boventitels goed te volgen. De jonge solisten zingen niet alleen fantastisch, maar spelen ook enorm dynamisch en energiek. Eigenlijk kom je constant ogen en oren tekort. Er staat namelijk ook nog iemand met een camera op het podium die de zangers haast angstaanjagend dichtbij filmt en die beelden worden direct groot geprojecteerd op een videoscherm boven het podium. Je ziet elke gezichtsuitdrukking, elke traan en elke blik van verraad, je ziet de liefde en het verlangen. Het is alsof ik naar een psychologisch drama op het witte doek kijk, soms vergat ik gewoon dat het een opera was met een heel orkest erbij. En ja, de realistische modernisering komt helemaal naar voren aan het einde, wanneer de dromen over eeuwige trouw plaatsmaken voor de realiteit en Mozarts beroemde titel subtiel wordt veranderd in Così fan tutti. Dus met een ‘i’ aan het eind, wat betekent “zo doen we het allemaal, mannen én vrouwen”.

abstracte kubus en japans minimalisme
De laatste dag van deze reis brengen we door in het MRE, wat staat voor Museum Reinhard Ernst. Iemand die houdt van kunst en architectuur kan hier zijn hart ophalen, het is een absolute parel. Wat een feest is het toch als je lief dat soort dingen uitzoekt. Ernst en zijn vrouw hebben een privéverzameling van enkel abstracte kunst en deze wordt nu tentoongesteld in een strakke, hagelwitte granieten kubus. Het gebouw is ontworpen door Fumihiko Maki, en daarmee dus een Japans ontwerp wat voor ons vrijwel meteen garant staat voor een succes.

Het museum is een cadeau van Ernst aan zijn thuisstad. Een cadeau van zo’n 80 miljoen euro, waarbij ook de exploitatie voor de komende decennia volledig is afgedekt via zijn eigen stichting. Beetje vergelijkbaar met de Rotterdamse industrieel van Caldenborgh, al heeft hij het exacte miljoenenbedrag van zijn Museum Voorlinden volgens mij altijd elegant geheim gehouden.

Terug naar MRE. Het schreeuwt zeker niet om aandacht, en eenmaal binnen merk je eigenlijk pas hoe geweldig verfijnd het ontworpen is. Minimalisme met overal lichtlijnen en verschillende ruimtes waar de schilderijen alle ruimte krijgen om te shinen. Het is een gebouw waar je letterlijk kunt dwalen, van kleinere ruimtes versus zalen waar de muren veertien meter hoog zijn.

mooie kleurvlekken – waar een mega brievenbus voor nodig was
Er hangt veel werk van Wolfgang Hollegha, onder de titel van zijn solovoorstelling ‘Denk nicht, schau!’. Maar dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan, want juist dan ga ik dus denken. Het duurt dan ook even voordat het me raakt. Eigenlijk moest ik eerst heel dichtbij gaan staan om een detail te bekijken van die enorme, haast monumentale werken vol vloeibare kleurvlekken. Er is overigens vast en zeker een betere manier om zijn werk te omschrijven. Ik zoek even online: “Zijn werk is een dynamische explosie van vloeibare, organische vormen en monumentale kleurvlakken, waarin de essentie van de natuur op een abstracte en vederlichte wijze wordt gevangen”.
Ik blijf toch denken terwijl ik kijk. Hoe schilder je überhaupt zoiets groots? Het antwoord voor deze Wolfgang lag in de bergen waar hij een 400 jaar oude boerderij had. Daar bouwde hij zijn eigen Malscheune, een atelier van eveneens veertien meter hoog, met gigantische glaswanden die de omliggende natuur naar binnen trokken. De foto’s en filmopnames hiervan zijn geweldig. Hij smeet met verdunde olieverf, veegde met sponzen en lappen, en gebruikte zo’n beetje zijn hele lichaam om de beweging op het canvas te krijgen. Om te zien wat hij daadwerkelijk aan het doen was en het overzicht te bewaren bouwde hij een speciale ladderconstructie en een hoog platform in diezelfde schuur. Daarnaast had hij een speciale, smalle gleuf in de buitenmuur van zijn atelier gezaagd. Hierdoor konden zijn reusachtige doeken zo naar buiten worden geschoven.

Om ze hier op afstand te kunnen bekijken staan er overal strakke Rolf Benz design banken, ook weer zo’n prachtige match met die Japanse architectuur. En voor wie nu denkt, daar ga ik ook eens heen, vergeet dan vooral niet de toiletten te bezoeken; zelfs daar tref je puur kunstgenot en design. Zelfs als de nood niet hoog is, mis het niet.

Was ook hier Italië te vinden? Eerlijk gezegd was dat wel een beetje zoeken. Maar met het gigantische doek ‘Palestrina’ van Helen Frankenthaler stonden we toch opeens weer met onze voeten in de Italiaanse geschiedenis, een werk dat ze schilderde na haar reis naar Rome in ’73. Ook bleken de 3D-sculpturen van Frank Stella hun roots te hebben in de Siciliaanse achtergrond van de kunstenaar  en zo werd dit museum in Duitsland een perfecte brug tussen onze vakantie en het nuchtere Nederland.

via afghaanse mantu naar de hollandse realiteit
Tot slot nog een laatste tip, want laten we eerlijk zijn: hoewel het MRE dus een wereldklasse ervaring is, kwam het centrum van Wiesbaden ons nogal slaperig en saai over. Voor goed en eenvoudig eten, ga naar Mantu. Ook weer uitgezocht door mijn persoonlijke reisleider en bijrijder. We vonden daar Afghaans comfort food in zijn puurste vorm. Een absolute aanrader om het museumbezoek in stijl af te sluiten. Wij waren in ieder geval helemaal opgeladen voor de laatste 400 kilometer richting thuis. Ook Schmuck was opgeladen en bovendien zorgde het WK voetbal voor een redelijk rustige A3, waardoor we met slechts een korte stop in één streep door konden crossen. Een goede generale repetitie, want morgenochtend staat diezelfde Duitse snelweg alweer op de planning voor mijn werk. Dan helaas met een flink lager vakantiegevoel, en gegarandeerd een stuk minder vlotjes. Ik ga maar alvast eens een luisterboek downloaden.

nawoord:
Terwijl ik wat foto’s aan het toevoegen ben bedenk ik me dat dat we ook nog zo’n ontzettend mooie kerk hebben gezien in Como. De Basilica di San Fedele. Meer dan 900 jaar oud en werkelijk prachtig!

Plaats een reactie