het marmeren theater van Milaan – dwalen over Cimitero Monumentale

Tja, wat doe je als je nog een dag in Milaan hebt, maar min of meer geveld bent door een flinke verkoudheid? Shoppen trekt niet en zelfs de beste eten verliest zijn glans als je niets proeft. Gelukkig kreeg ik een gouden tip doorgestuurd vanuit Spanje: Cimitero Monumentale.

Ik weet het, voor sommigen klinkt het wat vreemd, dwalen over een begraafplaats waar je niemand van de overledenen kent. Maar ik ben er fan van. Een groot fan zelfs. Rondlopen op een plek die onlosmakelijk verbonden is met rouw, maar waar je ook juist een diepe rust ervaart. De constante ruis van het leven valt er stil, er is geen haast, en wat overblijft is, voor mij, vaak een relativerende schoonheid.

img_2693

Cimitero Monumentale is een ruim 250.000 vierkante meter groot meesterwerk, aangelegd door Carlo Maciachini. Je komt binnen via het Famediot ‘Huis van Beroemdheden’. Het was rond het vriespunt en dik ingepakt slenterde ik over het vrijwel verlaten terrein. Mooi! Omdat de namen in het gidsje me aanvankelijk weinig zeiden, wat wellicht iets zegt over mijn kennis van de Italiaanse geschiedenis, liet ik de plattegrond al snel in mijn zak glijden. Er is immers een wereld van verschil tussen kijken en werkelijk zien. Bevrijd van de zoektocht transformeerde de begraafplaats ineens in een theatraal decor van menselijke ijdelheid. Dit is namelijk helemaal geen plek voor stille bezinning. Dit is meer de Instagram-feed van het fin de siècle. De rijke 19e-eeuwse industriëlen huurden blijkbaar de beste beeldhouwers van hun tijd in, niet zozeer uit vroomheid, maar deels om elkaar na de dood nog even flink de loef af te steken.

Zoals de familie Campari, grondleggers van het vuurrode elixer achter de door mij zo geliefde Negroni. Terwijl andere families het sober hielden, lieten zij een levensgrote, bronsgegoten 3D-weergave van Da Vinci’s ‘Het Laatste Avondmaal’ maken. Ze zitten voor de eeuwigheid aan een goedgevulde tafel. Een soort megalomane fusie tussen religie en de Italiaanse aperitivocultuur.

Of wat dacht je van de ‘Panettone-oorlog’? Terwijl ik gefascineerd sta te kijken naar een vrij bizarre grafkapel, schiet een voorbijganger te hulp. In uiterst gebrekkig Engels probeert hij me de geschiedenis uit te leggen, een verhaal dat ik pas echt ontrafel wanneer ik het er later online op nasla. Het blijkt te gaan om de decennialange vete tussen de twee grote rivaliserende kerstbroodbakkers van Milaan: Motta en Alemagna. Deze strijd ging letterlijk door tot voorbij het graf. De familiegraven van beide imperiums liggen hier vlak bij elkaar op het terrein, waarbij de kolossale grafkapel van Motta opvallend veel wegheeft van, hoe kan het ook anders, een immens hoge, gestileerde panettone. De ironie is dat na een leven lang vurig rivaliseren beide merken vandaag de dag broederlijk onder exact hetzelfde moederbedrijf vallen. En zo delen de twee aartsrivalen, terwijl er elk jaar ruim honderd miljoen van hun beroemde kerstbroden over de toonbank vliegen, postuum toch gewoon samen de feestdagen. En de winst.

Wat begraafplaatsen voor mij zo fascinerend maakt, is dat ze meer zeggen over de levenden dan over de doden; elke cultuur bouwt haar eigen stenen geheugen. Père-Lachaise in Parijs is een melancholisch, romantisch doolhof. La Recoleta in Buenos Aires voelde als een ommuurde ministad vol klassieke grandeur. Dit Cimitero Monumentale is daarentegen meer een trotse, beetje theatrale etalage van de elite. Zelfs de traditionele christelijke symboliek is hier anders, de engelen die over de graven gedrapeerd liggen, hebben meer weg van sensuele art nouveau-modellen dan van vrome hemelbewoners.

Er is nog één plek die al heel lang hoog op mijn wensenlijstje staat en die ik binnenkort hoop te bezoeken: Okunoin op Mount Koya in Japan. Geen marmer of westerse grandeur, maar een mystieke bosbegraafplaats verscholen onder duizendjarige ceders. Meer dan 200.000 monniken en samoerai rusten daar onder een dikke laag groen mos, sfeervol verlicht door duizenden koperen lantaarns. Het lijkt me het ultieme decor voor serene wandelingen en een paar nachten in een van de traditionele tempelkloosters.

img_2719

Mijn verkoudheid werd er in de Milanese vrieskou helaas niet minder op, maar de overledenen boden een welkome afleiding. Op de terugweg dook ik toch nog even het centrum in, voor een macchiato onder de bogen van Galleria Vittorio Emanuele II. En terwijl ik daar zit bedenk ik me hoe naadloos de historie hier overgaat in het heden: de pronkzucht zie ik nu in het flanerende publiek.

Maar heel eerlijk, tussen al dat strak gesneden Milanese geweld voelde ik me met mijn snotterende neus allesbehalve elegant. Geheel stijlloos en verre van fashionable duik ik dan ook vroeg onder het dekbed in mijn hotelkamer. Ik schrijf mijn gedachten, drink een kamille thee en hoop morgen fit(ter) te ontwaken.

Plaats een reactie